Tijdens het vliegbedrijf worden verschillende soorten voertuigen gebruikt.

Grondtransport

Aan het begin van de vliegdag worden de vliegtuigen uit de hangaar gehaald en getransporteerd naar de startplaats. Dit wordt gedaan met gemotoriseerde voertuigen. Voor de zwaardere vliegtuigen, zoals tweezitters, wordt een Kawasaki terreinwagen gebruikt. Voor de lichtere vliegtuigen wordt een elektrische golfkar gebruikt. Door middel van een kabel met universeel koppelstuk wordt het vliegtuig aangehaakt. Na een landing worden deze voertuigen tevens ingezet om het vliegtuig weer klaar te zetten op de startplaats.

Voor het uitrollen van de lierkabels wordt van een tweede Kawasaki terreinwagen gebruik gemaakt. Deze bevat tevens een speciaal ontworpen aanhanger waar de kabels aan worden bevestigd.

 

Lier

Om de vliegtuigen op te laten stijgen wordt op ons veld gebruik gemaakt van een lier. Deze indrukwekkende machine beschikt over veel paardenkrachten, wat een veilige lierstart mogelijk maakt. De lier beschikt over zes trommels met aan elk een 1000 meter lange lierkabel. Door middel van knipperende lichtseinen wordt de lierman geattendeerd dat er een vliegtuig wilt vertrekken. Vervolgens zal hij de robuuste dieselmotor inschakelen en de kabel rustig op spanning trekken. Zodra er 'vol licht' wordt gegeven zal de lier beginnen met het snel inlieren van de kabel, wat resulteert in het opstijgen van het vliegtuig. Het vliegtuig zal gemiddeld een hoogte bereiken van 300 tot 350 meter.