EISEN BETREFFENDE KENNIS EN ERVARING VOOR BEWIJZEN
VAN BEVOEGDHEID EN BEVOEGDVERKLARINGEN
BIJLAGE 75
van de desbetreffende DG-beschikkingen
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS ZWEEFVLIEGTECHNICUS
BEVOEGDVERKLARING A
EISEN INZAKE KENNIS
De aanvrager moet voldoende kennis -zoals nader omschreven in
deze bijlagen- bezitten omtrent:
Voorschriften
De Nederlandse Luchtvaartvoorschriften, voorzover deze van belang
zijn voor de zweefvliegtechnicus.
Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen algemeen
De theorie van het vliegen, de materialen, de constructie, gewicht-
en zwaartepuntbepaling, het monteren en demonteren van het zweefvliegtuig,
het verwisselen van onderdelen, de uitvoering van installaties,
de uitvoering van het onderhoud, de uitvoering van eenvoudige
herstellingen, het vinden en verhelpen van storingen.
Vliegtuiginstrumenten
De indeling, de constructie en werking, de uitvoering van de installaties,
het verwisselen van instrumenten, de uitvoering van het onderhoud,
het vinden en verhelpen van storingen.
Vliegtuig electrische installaties
De opbouw en werking, de uitvoering van installaties, het verwisselen
van onderdelen, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en
verhelpen van storingen.
EISEN INZAKE KENNIS VOORSCHRIFTEN
1. LUCHTVAARTWET (DEEL 1000)
Art. nr.: 1 (e), 4, 5, 6, 7, 71, 72 en 73
2. Beschikking inzake nationaliteits- en inschrijvingskenmerken
van burgerlijke luchtvaartuigen (DEEL 1006)
Art. nr.: 1, 2, 3, 6 en 7.
3. REGELING TOEZICHT LUCHTVAART (DEEL 2000)
3.1 Begripsbepalingen
Art. nr.: 1, tweede lid onder b en f.
3.2 Luchtvaartpersoneel
Art. nr.: 12 tweede lid onder a, b en c, 15 eerste en derde lid,
16 onder e, 21 derde en vierde lid, 22, a, c en d + tweede en
derde lid, 23 eerste lid onder l, 24, 25 eerste lid onder l, 26
eerste en derde lid, 27 eerste lid onder b, tweede t/m zevende
lid, 28, 29, 30, 44 t/m 48, 51 t/m 55.
3.3 Luchtwaardigheid
Art. nr.: 72 t/m 90, 92, 93, 98 en 113.
3.4 Vluchtuitvoering
Art. nr.: 117 en 117A
3.5 Luchtvaartinlichtingen
Art. nr.: 145 en 149
3.6 Straf- en slotbepalingen
Art. nr.: 166
4. Beschikkingen inzake geldigheidsduur van de examens
m.b.t. d e afgifte van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
(DEEL 2022)
Art. nr.: 1, eerste lid onder a, 12.
5. Beschikkingen inzake vaststelling van de wijze, waarop
de houder van een bewijs van bevoegdheid voor de verlenging van
de termijn van geldigheid van dat bewijs en van de daarin gestelde
bevoegdverklaringen moet aantonen, dat hij zijn bekwaamheid behouden
heeft (DEEL 2026) Tabel 8.
6. Beschikking inzake regelen m.b.t. vaststelling bewijs
van inschrijving en bewijs van luchtwaardigheid (DEEL 2073).
7. Beschikkingen inzake regelen m.b.t. de luchtwaardigheid
van luchtvaartuigen (DEEL 2074)
Art. nr.: 1 en 2, eerste lid c.
8. Beschikking inzake de voor de afgifte van een bewijs
van luchtwaardigheid in te dienen noodzakelijke gegevens (DEEL
2074.a)
Art. nr.: 1, eerste lid
9. Beschikkingen inzake regelingen voor het voeren van
een technische administratie en bepaling van de te administreren
onderdelen (DEEL 2077 en 2077.a)
10. Beschikking inzake aanwijzing m.b.t. onderhoud en
revisie van vliegtuigen, onderdelen en uitrustingsstukken (DEEL
2088)
11. Beschikkingen inzake gevallen, waarin onderhoud, revisie
en herstelling van luchtvaartuigen niet door of onder toezicht
van grondwerktuigkundigen, zweefvliegtechnici, erkende bedrijven
of erkende inspecteurs behoeft te geschieden (DEEL 2088.a)
12. Beschikkingen inzake aanwijzingen t.a.v. de verplichten
van de eigenaar of houder m.b.t. onderhoud, revisie en herstellingen
van luchtvaartuigen (DEEL 2088.c)
13. LUCHTVAARTRAMPENWET (DEEL 10.000)
Elementaire kennis van de artikelen 1, 2 vijfde lid, 3, 4 eerste
en derde lid, 5 en 6
14. VERDRAG INZAKE DE INTERNATIONALE BURGERLIJKE LUCHTVAART (DEEL
50.000)
Elementaire kennis van het doel en de organisatie van de Internationale
Burgerlijke Luchtvaart (Verdrag van Chicago)
De genoemde DEELnummers zijn ontleend aan de uitgave "Luchtvaartvoorschriften"
van de Staatsuitgeverij te 's-Gravenhage.
VLIEGTUIGEN
1. Algemeen
1.1 De atmosfeer
- opbouw van de atmosfeer;
- samenstelling van de lucht;
- soortelijk gewicht;
- luchtdichtheid;
- absolute temperatuur;
- luchtdruk.
1.2 Standaard atmosfeer
2. Theorie van het vliegen
2.1 Draagvlaktheorie
- profielkenmerken, dikte, koorde, welving, skeletlijn, symmetrisch
en asymmetrisch profiel;
- stroming om het profiel, invalshoek, luchtsnelheid, luchtdruk,
stuwpunt;
- vleugelvorm, spanwijdte, slankheid, profielverdraaiingen en
-variatie;
- luchtkrachten en momenten, hun componenten en coëfficiënten,
drukpunt;
- vorm-, wrijvings-, profiel-, geïnduceerde-, schadelijke-
en interferentieweerstand, oorzaken en invloeden;
- verband tussen invalshoek, liftcoëfficient en weerstandscoëfficient;
- draagkrachtformule, weerstandsformule;
- overtrekken;
2.2 Toepassingen
- assenstelsel, zwaartepunt;
- instelhoek van de vleugel, V-stelling, pijlstelling;
- statische stabiliteit om de langs-, dwars- en topas;
- factoren die de stabiliteit beïnvloeden;
- functie van de vaste staartvlakken;
- besturing om de drie assen, hoogteroer, richtingsroer en rolroer;
- stationare, horizontale, rechtlijnige vlucht, evenwicht van
massa (gewicht) en luchtkrachten (en trekkracht bij motorzweefvliegtuigen);
- aërodynamische balans van roeren;
- haken van rolroeren, differentiaalrolroeren, Frise rolroeren;
- statische en dynamische balans van roeren, flutter;
- triminrichting;
- remkleppen, duikremkleppen en verstoorders;
- stijg- en daalvlucht, evenwicht van krachten, beschikbare
en benodigde trekkracht (motorzweefvliegtuigen);
- lierstart, sleepstart en -vlucht, optredende krachten.
3. Gewicht- en zwaartepuntbepaling
3.1 Het wegen
- weegapparatuur;
- weegprocedure, waterpas stellen, weegomstandigheden;
- ijkgegevens.
3.2 Opstellen van het weeg- en zwaartepuntrapport
- toepassing van de momentenstelling voor het bepalen van de
zwaartepuntsligging en voor het berekenen van correcties na het
uitvoeren van wijzigingen aan het vliegtuig;
- gewichts- en zwaartepuntsgrenzen, aanbrengen van ballast;
- inventarislijst.
4. Sterkteleer
4.1 Begrippen
- krachten en spanningen, trek, druk, buiging, afschuiving,
torsie en knik;
- (specifieke) sterkte en stijfheid;
- elastische vervorming;
- elasticiteitsmodulus;
- spanning rekdiagram;
- wisselende belasting en vermoeiing.
4.2 Definities
- mogelijke belasting;
- belastingsfactor;
- veiligheidsfactor;
- waarden van deze factoren voor de verschillende categorieën
(motor)zweefvliegtuigen.
5. Materialen
5.1 Staal
- soorten van in de zweefvliegtuigbouw toegepaste ongelegeerd
en gelegeerd staal;
- toevoegingen en de invloed daarvan op de eigenschappen van
de legeringen;
- doel van warmtebehandelingen, zoals harden, cementeren en
nitreren;
- toepassing in buizenconstructies, beslagen, boutverbindingen
en kabels;
- corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van
en bescherming tegen corrosie.
5.2 Hout
- structuur van de boomstam, hart of merg, kernhout, spinthout,
jaarringen, schors en bast, betekenis van de zaagrichting;
- naald- en loofhout;
- voorkomende fouten, onregelmatige vezelstructuur, knoesten,
krimp- en windscheuren, harsgangen, verkleuring door schimmels
en zwammen;
- hulpmiddelen voor keuring en selectie van hout;
- houtsoorten, toegepast voor dragende en niet-dragende constructies:
spruce, grenen, essen, balsa;
- mechanische eigenschappen, drukvastheid, taaiheid, bepaling
van deze eigenschappen;
- bepaling van het vochtgehalte;
- eigenschappen van triplex en multiplex;
- toepassing van gereedschap voor houtbewerking.
5.3 Lichtmetaal
- aluminium, magnesium en de legeringen daarvan;
- doel van veredelen, koudvervormen en warmtebehandelen;
- corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van
en bescherming tegen corrosie.
5.4 Kunststoffen
- hoofdgroepen, thermoplasten, thermoharders en elastomeren;
- samenstelling en eigenschappen, alsmede de toepassing van
hardweefsel, kunstglas, glasfiber, epoxyharsen, poly-esters, schuim
en rubber in dragende en niet dragende constructies;
- herkennen van kunststoffen;
- vervaardiging van onderdelen uit gewapende kunststof, de keuze
van de glasvezelwapening in verband met de optredende belasting;
- eigenschappen van samengestelde delen, zoals gelamineerde
en sandwich-constructies.
5.5 Textiel
- eigenschappen van bespanningsstoffen als linnen, katoen en
synthetische stoffen;
- methoden ter beoordeling van de kwaliteit.
5.6 Lakken
- eigenschappen van lak op nitro-cellulose basis alsmede van
synthetische- en olie-lakken;
- verwerking van lakken, impregneren van bespanningsstoffen;
- herkennen van lakken in onverwerkte en verwerkte toestand;
- voorbehandelingen;
- grondlakken;
- behandelingen t.b.v. verfverwijderen.
5.7 Lijm
- kunstharslijm, soorten, samenstelling, eigenschappen, gebruiksaanwijzing
i.v.m. hardingstijden en bereiken van maximale sterkte;
- caseïnelijm, samenstelling en eigenschappen;
- herkennen van lijmsoorten in onverwerkte en verwerkte toestand;
- reparatie van gelijmde constructie-elementen en de beperking
in de combinatie van verschillende lijmsoorten;
- constateren van fouten in een lijmverbinding.
5.8 Materiaalverbindingen
- permanente verbindingen zoals klinken, lassen, solderen en
lijmen;
- las- en soldeermethoden;
- niet-permanente verbindingen zoals bout en moer, schroef,
tapeind, klem, scharnier en bajonet;
- typen en soorten van bouten en moeren;
- momentsleutel, betekenis van het begrip voorspanning, gebruik
van de momentsleutel;
- passingen en oppervlaktegesteldheid, aanduidingen.
5.9 Materiaalonderzoek
- destructief onderzoek, doel, methoden: sterkte-, kerfslag-,
kruip-, vermoeiingsproef;
- niet-destructief onderzoek, doel, methoden: visueel, penetratie-,
magnetisch onderzoek, hardheidsbepalingen.
5.10 Keuring van materialen, halffabrikaten en onderdelen
- kwalitatieve beoordeling op oppervlaktetoestand, vorm en afwerking
van toegeleverde materialen en onderdelen;
- betekenis van de afleveringscertificaten van bedrijven met
een door de Rijksluchtvaartdienst hiertoe erkende inspectie-organisatie.
6. Constructie
6.1 Benaming
- primaire en secundaire constructie;
- benaming van alle onderdelen en constructie-elementen van
de primaire constructie;
- benaming van de stuur- en hulpvlakken.
6.2 Bouwwijze
- vakwerk-, ligger- en schaalconstructies, materiaalkeuze en
verwerking;
- dragende en niet-dragende constructiedelen;
- toepassing in romp, vleugel en staartvlakken;
- benaming van de onderdelen;
- onderlinge verbinding van grotere delen d.m.v. beslagen;
- samenstelling en bevestiging van stuurvlakken, vleugelkleppen
en verstoorders;
- samenstelling en bevestiging onderstel;
- krachtdoorleiding in all samengestelde en enkelvoudige onderdelen;
- stuurinrichting.
6.3 Tekeningen
- lezen van werktekeningen;
- begrip van de daarbij gebruikte symbolen en afkortingen.
6.4 Afwijkingen
- constateren en beoordelen van schade na ongeval, het maken
van een duidelijk verslag met schetsen;
- adviseren omtrent de wijze waarop herstellingen moeten worden
uitgevoerd;
- constateren van fouten en maatafwijkingen van onderdelen en
samengestelde delen, zowel in gemonteeerde als gedemonteerde toestand;
- aangeven van de wijze waarop afwijkingen moeten worden gecorrigeerd.
7. Montage en demontage
7.1 Werkwijze
- montage en demontage van alle in Nederland ingeschreven typen
zweefvliegtuigen;
- afstelling van de stuurvlakken met de daarbij behorende aansluitingen
en bedieningen van deze zweefvliegtuigen, meten van kabelspanningen,
met inachtneming van de juiste volgorde;
- werking van het differentiaal in de genoemde zweefvliegtuigen.
8. Veiligheid
8.1 Gevaarlijke stoffen
- inzicht in de aard van het gevaar (brand, explosie, vergiftiging
e.d.) van alle toegepaste stoffen zoals lak, lijm, zuurstof, al
dan niet in combinatie met andere stoffen.
8.2 Maatregelen
- inzicht in de maatregelen om genoemde gevaren te vermijden.
9. Inspecties
9.1 Periodieke inspecties
- inspectiecyclus;
- tijdstip van uitvoering en geldigheidsduur van de verschillende
onderhoudsbeurten.
9.2 Bijzondere inspecties
- na een harde, een traverserende of een tiplanding;
- aard van schade of vervorming bij staalbuisromp, hout- en
kunststofconstructies, secundaire kenmerken, die op dieper liggende
schade of vervorming duiden.
INSTRUMENTEN
1. Algemeen
1.1 Indeling Vliegtuiginstrumenten
- hoogtemeter;
- snelheidsmeter;
- verticale snelheidsmeter;
- kompas;
- kunstmatige horizon;
- bochtaanwijzer.
1.2 Eisen te stellen aan vliegtuiginstrumenten
- algemeen:
- a. nauwkeurigheid;
- b. gewicht;
- c. afmetingen;
- d. afleesbaarheid;
- e. verlichting;
- f. parallax.
- toleranties:
- a. begrip tolerantie;
- b. klasse indeling;
- c. tolerantiegrafieken;.
- d. oorzaken miswijzing;
- e. ijken van instrumenten.
1.3 Meten van drukken
- algemene begrippen:
- a. absolute druk;
- b. relatieve druk.
- drukmeetelementen:
- a. membranen;
- b. membraandozen;
- c. bourdonbuizen;
- d. balgen.
- e. toepassing in vliegtuiginstrumenten.
1.4 Pitot- en statische systemen in vliegtuigen
- doel van het pitot-statische systeem;
- begrippen:
- a. stuwdruk;
- b. statische druk;
- c. totale druk.
- d. relatie tussen vliegsnelheid en stuwdruk;
- statische openingen:
- a. plaats;
- b. vorm;
- c. afwerking omgeving;
- d. voorkomen foutieve drukmeting (gieren).
- pitot openingen:
- a. plaats;
- b. vorm;
- c. functie en plaats draingat;
- d. voorkomen bevriezing.
- pitot-statisch leidingensysteem:
- a. leidingloop i.v.m. indringen van water;
- b. luchtdichtheid van het leidingstelsel;
- c. normen luchtdichtheid;
- d. uitvoeren lektest;
- e. wanneer moet lektest worden uitgevoerd
2. Hoogtemeter
2.1 Meetprincipe
- drukhoogte;
- standaardatmosfeer met inachtneming van:
- a. luchtdruk op zeeniveau;
- b. temperatuur;
- c. breedtegraad;
- d. temperatuurgradiënt;
- e. luchtdrukverloop.
- begrippen:
- a. Q.F.E.;
- b. Q.N.H.;
- c. Q.N.E..
2.2 Opbouw en werking
- membranen;
- overbrenging membraanbeweging op wijzers;
- noodzaak drukschaal;
- temperatuurcorrectie;
- wrijvingsfout;
- balansfout;
- hysteresis;
- controle drukschaal;
- presentatie.
3. Snelheidsmeter
3.1 Meetprincipe
3.2 Opbouw en werking
- membranen;
- overbrenging membraanbeweging op wijzers;
- druk in membraan;
- druk om membraan;
- invloed hoogte op aanwijzing;
- presentatie;
- schaalverdeling.
4. Stijgsnelheidsmeter (variometer)
4.1 Meetprincipe
4.2 Opbouw en werking
- stuwschijftype;
- membraantype;
- begrip T.A. compensatie;
- gebruik;
- doel en plaats van thermosfles;
- venturibuis;
- compensatiedoos in stroomschema.
4.3 Optredende fouten
- instrumentfouten;
- fouten t.g.v. temperatuurvariaties;
- poortlocaties en flesvolumevariaties.
4.4 Bijzondere uitvoeringen
- algemene kennis van variometersystemen welke langs electrische/electronische
weg tot een compenseerde aanwijzing komen, eventueel aangevuld
met audio-informatie.
5. Kompas
5.1 Meetprincipe
- aardmagnetisch veld;
- afwijkingen aardmagnetisch veld:
- a. declinatie;
- b. inclinatie.
- stand kompasnaalden in aardmagnetisch veld;
- richtend moment kompasnaalden.
5.2 Opbouw en werking
- naaldondersteuning t.o.v. zwaartepunt;
- dempingsvloeistof;
- kompasroos;
- zeilstreep;
- uitzettingsmembraan;
- oorzaak versnellingsfout;
- oorzaak draaiingsfout;
- bronnen van storende vliegtuigmagnetische velden;
- begrip deviatie;
- doel van compenseren;
- compensatiemiddelen;
- begrippen A, B en C fouten.
6. Gyroscopische instrumenten
6.1 Eigenschappen van de gyroscoop
- standvastigheid;
- precessie;
- invloed van toerental en traagheidsmoment van de gyro op voornoemde
eigenschappen;
- vrijheidsgraden van beweging;
- invloed mechanische onvolkomenheden op standvastigheid van
de gyro;
- toepassing verticale gyro;
- toepassing horizontale gyro;
- noodzaak richtmiddelen;
- toepassing oprichtmechanisme;
- invloed van versnellingen.
7. Bochtaanwijzer
7.1 Meetprincipe en werking
- hoeksnelheid;
- precessie;
- invloed toerental van de tol op de aanwijzing;
- invloed vliegsnelheid op de aanwijzing.
7.2 Opbouw
- richting tolas;
- graden van bewegingsvrijheid;
- noodzaak omkeermechanisme;
- demping;
- functie ijkveer;
- presentatie;
- voeding van het instrument.
VLIEGTUIG ELECTRISCHE INSTALLATIES
1. Gelijkstroomtechniek
- stroomsterkte, spanning, weerstand en vermogen;
- wet van Ohm, 1e en 2e wet van Kirchhoff, Brug van Wheatstone;
- de magnetische werking van de stroom: electromagneet;
- lood- en nikkelcadium accumulatoren:
- a. constructie, werking en opbouw;
- b. capaciteit en capaciteit afhankelijkheid t.a.v. de stroom;
- c. verloop soortelijk gewicht bij laden en ontladen;
- d. spanning per cel tijdens laden, in bedrijf of in ontladen
toestand;
- e. inwendige weerstand;
- f. voor- en nadelen nikkelcadium- t.a.v. loodaccumulatoren;
2. Materialen
2.1 Weerstanden
- eenheid van weerstand;
- temperatuur afhankelijkheid;
- vermogen;
- parallel- en serieschakeling.
2.2 Kabels
- doel en opbouw van:
- a. normale kabel;
- b. afgeschermde kabel;;
- c. coaxiale kabel.
- isolatiematerialen.
2.3 Verbindingsmiddelen
- mogelijkheid trekontlasting;
- vergrendeling en borging;
- kabel-schoenen;
- kabel-verbinders;
- pluggen;
- schakelaars.
3. Werkwijzen
3.1 Kabels
- draadstrippen;
- solderen van bedrading.
3.2 Kabelschoenen
- aanbrengen van kabelschoenen;
- verbuigen van kabelschoenen;
- aansluiten van kabelschoenen.
3.3 Kabelverbinders
- aanbrengen van kabelverbinders op draad zonder afscherming;
- aanbrengen van kabelverbinders op draad met afscherming;
- aanbrengen van meerdere kabelverbinders in draadbundels;
- meervoudige lasverbindingen.
3.4 Bevestigen en opbinden van electrische bedrading
- buigstralen;
- speling in draadlengten;
- afdruipbochten;
- gebruik van draadbeugels;
- gebruik van bindmiddelen.
4. Installatie
4.1 Beveiliging van electrische leidingen
- doel beveiliging;
- kabel doorsnede i.v.m.:
- a. stroomsterkte;
- b. omgevingstemperatuur;
- c. spanningsverlies;
- d. mechanische sterkte.
- thermische beveiliging:
- a. maximaal schakelaars (circuit breakers) principe en werking;
- b. smeltveiligheden (fuses), principe en werking;
- selectiviteit.
4.2 Doel en uitvoering van:
- aarding;
- bonding;
- afscherming.
5. Gereedschappen, meetinstrumenten
5.1 Stripgereedschap
5.2 Kabelschoentang
5.3 Universeelmeter
EISEN INZAKE ERVARING
De aanvrager moet aantonen dat hij tenminste gedurende de onmiddellijk
aan de aanvraag voorafgaande twee achtereenvolgende jaren voldoende
werkzaamheden - t.b.v. het onderhoud van zweefvliegtuigen - heeft
verricht onder toezicht van een houder van een geldig bewijs van
bevoegdheid als zweefvliegtechnicus.
Terug naar examen info