EISEN BETREFFENDE KENNIS EN ERVARING VOOR BEWIJZEN
VAN BEVOEGDHEID EN BEVOEGDVERKLARINGEN
BIJLAGE 76
van de desbetreffende DG-beschikkingen
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS ZWEEFVLIEGTECHNICUS
BEVOEGDVERKLARING B
EISEN INZAKE KENNIS
De aanvrager moet voldoende kennis bezitten omtrent:
Voorschriften
De Nederlandse Luchtvaartvoorschriften, voorzover deze van belang
zijn voor de zweefvliegtechnicus.
Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen algemeen
De theorie van het vliegen, de materialen, de constructie, gewicht-
en zwaartepuntbepaling, de uitvoering van het onderhoud.
Motoren
De constructie, de materialen, de brandstoffen, de smeerolieën,
de werking, de bediening, het verwisselen van de motor, het verwisselen
van onderdelen, de uitvoering van de installaties, het vinden
en verhelpen van storingen, het afstellen.
Motorinstrumenten
De indeling, de constructie en werking, de uitvoering van de installaties,
het verwisselen van instrumenten, de uitvoering van het onderhoud,
het vinden en verhelpen van storingen.
Electrische installaties
De opbouw en werking, de uitvoering van installaties, het verwisselen
van onderdelen, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en
verhelpen van storingen.
EISEN INZAKE KENNIS VOORSCHRIFTEN
1. LUCHTVAARTWET (DEEL 1000)
Art. nr.: 1 (e), 4, 5, 6, 7, 71, 72 en 73
2. Beschikking inzake nationaliteits- en inschrijvingskenmerken
van burgerlijke luchtvaartuigen (DEEL 1006)
Art. nr.: 1, 2, 3, 6 en 7.
3. REGELING TOEZICHT LUCHTVAART (DEEL 2000)
3.1 Begripsbepalingen
Art. nr.: 1, tweede lid onder b en f.
3.2 Luchtvaartpersoneel
Art. nr.: 12 tweede lid onder a, b en c, 15 eerste en derde lid,
16 onder e, 21 derde en vierde lid, 22, a, c en d + tweede en
derde lid, 23 eerste lid onder l, 24, 25 eerste lid onder l, 26
eerste en derde lid, 27 eerste lid onder b, tweede t/m zevende
lid, 28, 29, 30, 44 t/m 48, 51 t/m 55.
3.3 Luchtwaardigheid
Art. nr.: 72 t/m 90, 92, 93, 98 en 113.
3.4 Vluchtuitvoering
Art. nr.: 117 en 117A
3.5 Luchtvaartinlichtingen
Art. nr.: 145 en 149
3.6 Straf- en slotbepalingen
Art. nr.: 166
4. Beschikkingen inzake geldigheidsduur van de examens
m.b.t. d e afgifte van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
(DEEL 2022)
Art. nr.: 1, eerste lid onder a, 12.
5. Beschikkingen inzake vaststelling van de wijze, waarop
de houder van een bewijs van bevoegdheid voor de verlenging van
de termijn van geldigheid van dat bewijs en van de daarin gestelde
bevoegdverklaringen moet aantonen, dat hij zijn bekwaamheid behouden
heeft (DEEL 2026) Tabel 8.
6. Beschikking inzake regelen m.b.t. vaststelling bewijs
van inschrijving en bewijs van luchtwaardigheid (DEEL 2073).
7. Beschikkingen inzake regelen m.b.t. de luchtwaardigheid
van luchtvaartuigen (DEEL 2074)
Art. nr.: 1 en 2, eerste lid c.
8. Beschikking inzake de voor de afgifte van een bewijs
van luchtwaardigheid in te dienen noodzakelijke gegevens (DEEL
2074.a)
Art. nr.: 1, eerste lid
9. Beschikkingen inzake regelingen voor het voeren van
een technische administratie en bepaling van de te administreren
onderdelen (DEEL 2077 en 2077.a)
10. Beschikking inzake aanwijzing m.b.t. onderhoud en
revisie van vliegtuigen, onderdelen en uitrustingsstukken (DEEL
2088)
11. Beschikkingen inzake gevallen, waarin onderhoud, revisie
en herstelling van luchtvaartuigen niet door of onder toezicht
van grondwerktuigkundigen, zweefvliegtechnici, erkende bedrijven
of erkende inspecteurs behoeft te geschieden (DEEL 2088.a)
12. Beschikkingen inzake aanwijzingen t.a.v. de verplichten
van de eigenaar of houder m.b.t. onderhoud, revisie en herstellingen
van luchtvaartuigen (DEEL 2088.c)
13. LUCHTVAARTRAMPENWET (DEEL 10.000)
Elementaire kennis van de artikelen 1, 2 vijfde lid, 3, 4 eerste
en derde lid, 5 en 6
14. VERDRAG INZAKE DE INTERNATIONALE BURGERLIJKE LUCHTVAART (DEEL
50.000)
Elementaire kennis van het doel en de organisatie van de Internationale
Burgerlijke Luchtvaart (Verdrag van Chicago)
De genoemde DEELnummers zijn ontleend aan de uitgave "Luchtvaartvoorschriften"
van de Staatsuitgeverij te 's-Gravenhage.
VLIEGTUIGEN
1. Algemeen
1.1 De atmosfeer
- opbouw van de atmosfeer;
- samenstelling van de lucht;
- soortelijk gewicht;
- luchtdichtheid;
- absolute temperatuur;
- luchtdruk.
1.2 Standaard atmosfeer
2. Theorie van het vliegen
2.1 Draagvlaktheorie
- profielkenmerken, dikte, koorde, welving, skeletlijn, symmetrisch
en asymmetrisch profiel;
- stroming om het profiel, invalshoek, luchtsnelheid, luchtdruk,
stuwpunt;
- vleugelvorm, spanwijdte, slankheid, profielverdraaiingen en
-variatie;
- luchtkrachten en momenten, hun componenten en coëfficiënten,
drukpunt;
- vorm-, wrijvings-, profiel-, geïnduceerde-, schadelijke-
en interferentieweerstand, oorzaken en invloeden;
- verband tussen invalshoek, liftcoëfficient en weerstandscoëfficient;
- draagkrachtformule, weerstandsformule;
- overtrekken;
2.2 Toepassingen
- assenstelsel, zwaartepunt;
- instelhoek van de vleugel, V-stelling, pijlstelling;
- statische stabiliteit om de langs-, dwars- en topas;
- factoren die de stabiliteit beïnvloeden;
- functie van de vaste staartvlakken;
- besturing om de drie assen, hoogteroer, richtingsroer en rolroer;
- stationare, horizontale, rechtlijnige vlucht, evenwicht van
massa (gewicht) en luchtkrachten (en trekkracht bij motorzweefvliegtuigen);
- triminrichting;
- remkleppen, duikremkleppen en verstoorders.
3. Gewicht- en zwaartepuntbepaling
3.1 Het wegen
- weegapparatuur;
- weegprocedure, waterpas stellen, weegomstandigheden;
- ijkgegevens.
3.2 Opstellen van het weeg- en zwaartepuntrapport
- toepassing van de momentenstelling voor het bepalen van de
zwaartepuntsligging en voor het berekenen van correcties na het
uitvoeren van wijzigingen aan het vliegtuig;
- gewichts- en zwaartepuntsgrenzen, aanbrengen van ballast;
- inventarislijst.
4. Sterkteleer
4.1 Begrippen
- krachten en spanningen, trek, druk, buiging, afschuiving,
torsie en knik;
- (specifieke) sterkte en stijfheid;
- elastische vervorming;
- elasticiteitsmodulus;
- spanning rekdiagram;
- wisselende belasting en vermoeiing.
5. Materialen
5.1 Staal
- soorten van in de zweefvliegtuigbouw toegepaste ongelegeerd
en gelegeerd staal;
- toevoegingen en de invloed daarvan op de eigenschappen van
de legeringen;
- toepassing in buizenconstructies, beslagen, boutverbindingen
en kabels;
- corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van
en bescherming tegen corrosie.
5.2 Hout
- houtsoorten, toegepast voor dragende en niet-dragende constructies:
spruce, grenen, essen, balsa;
- mechanische eigenschappen, drukvastheid, taaiheid, bepaling
van deze eigenschappen;
- bepaling van het vochtgehalte;
- eigenschappen van triplex en multiplex;
- toepassing van gereedschap voor houtbewerking.
5.3 Lichtmetaal
- aluminium, magnesium en de legeringen daarvan;
- corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van
en bescherming tegen corrosie.
5.4 Kunststoffen
- hoofdgroepen, thermoplasten, thermoharders en elastomeren;
- samenstelling en eigenschappen, alsmede de toepassing van
hardweefsel, kunstglas, glasfiber, epoxyharsen, poly-esters, schuim
en rubber in dragende en niet dragende constructies;
- herkennen van kunststoffen;
- eigenschappen van samengestelde delen, zoals gelamineerde
en sandwich-constructies.
5.5 Lijm
- kunstharslijm, soorten, samenstelling, eigenschappen, gebruiksaanwijzing
i.v.m. hardingstijden en bereiken van maximale sterkte;
- caseïnelijm, samenstelling en eigenschappen;
5.6 Materiaalverbindingen
- permanente verbindingen zoals klinken, lassen, solderen en
lijmen;
- las- en soldeermethoden;
- niet-permanente verbindingen zoals bout en moer, schroef,
tapeind, klem, scharnier en bajonet;
- typen en soorten van bouten en moeren;
- momentsleutel, betekenis van het begrip voorspanning, gebruik
van de momentsleutel;
5.7 Materiaalonderzoek
- niet-destructief onderzoek, doel, methoden: visueel, penetratie-,
magnetisch onderzoek, hardheidsbepalingen.
5.8 Keuring van materialen, halffabrikaten en onderdelen
- kwalitatieve beoordeling op oppervlaktetoestand, vorm en afwerking
van toegeleverde materialen en onderdelen;
- betekenis van de afleveringscertificaten van bedrijven met
een door de Rijksluchtvaartdienst hiertoe erkende inspectie-organisatie.
6. Constructie
6.1 Benaming
- primaire en secundaire constructie;
- benaming van alle onderdelen en constructie-elementen van
de primaire constructie;
- benaming van de stuur- en hulpvlakken.
6.2 Bouwwijze
- vakwerk-, ligger- en schaalconstructies, materiaalkeuze en
verwerking;
- dragende en niet-dragende constructiedelen;
- toepassing in romp, vleugel en staartvlakken;
- benaming van de onderdelen;
- stuurinrichting.
6.3 Tekeningen
- lezen van werktekeningen;
- begrip van de daarbij gebruikte symbolen en afkortingen.
7. Veiligheid
7.1 Gevaarlijke stoffen
- inzicht in de aard van het gevaar (brand, explosie, vergiftiging
e.d.) van alle toegepaste stoffen zoals lak, lijm, zuurstof, al
dan niet in combinatie met andere stoffen.
7.2 Maatregelen
- inzicht in de maatregelen om genoemde gevaren te vermijden.
8. Inspecties
8.1 Periodieke inspecties
- inspectiecyclus;
- tijdstip van uitvoering en geldigheidsduur van de verschillende
onderhoudsbeurten.
MOTOREN
1. Arbeidsproces
- de begrippen arbeid en vermogen;
- het werkingsprincipe van viertakt en tweetakt motoren;
- het indicateurdiagram (P.V. diagram) en het kleppendiagram
(openings en sluitingstijden van de kleppen);
- de invloed van de atmosfeer (temperatuur, druk en vochtigheid),
het ontstekingstijdstip een de benzine-luchtmengverhouding op
het motorvermogen;
- de redenen waarom van variabele voorontsteking en verschillende
benzine-luchtmengverhoudingen gebruik gemaakt wordt;
- het begrip detonatie (pingelen, kloppen), de omstandigheden
waaronder dit kan optreden en de gevolgen hiervan;
- het begrip voortijdige ontsteking (pre-ignition).
2. Opbouw
- de samenstelling en uitvoeringsvorm van de meest voorkomende
motortypen voor motorzweefvliegtuigen;
- de constructieve bijzonderheden van de onderdelen:
- a. carter;
- b. zuiger;
- c. zuigerveren;
- d. cylinders;
- e. kleppen;
- f. klepbedieningsmechanisme;
- g. drijfstangen;
- h. krukassen;
- i. tandwieloverbrengingen.
- de smering en koeling van bovengenoemde onderdelen en lageringen;
- de belangrijkste eigenschappen van materialen die gebruikt
worden bij de constructie van de motor.
3. Carburatie
- de samenstelling en het werkingsprincipe van de meest voorkomende
vlottercarburateurs;
- de wijze waarop de juiste mengverhouding gehandhaafd wordt
bij verschillende toerentallen, de hoogtemengselregeling, het
acceleratiesysteem;
- de afstelling van het mengsel, gasklep en bedieningsorganen;
- de werking van de benzinepomp.
4. Ontsteking
- de procedure voor het afstellen van een hoogspanningsmagneetontsteking
op de motor en de hierbij te gebruiken hulpmiddelen;
- het herkennen en de betekenis van de aanslag c.q. vervuiling
en slijtage op de bougie electroden.
5. Motorinstallaties
- de wijze van bevestiging van de motor aan de motorbok en aan
het vliegtuig;
- de wijze van aansluiting van uitlaten, flexibele en starre
leidingen op de motor;
- carburateurvoorverwarmingssysteem werking en bediening.
6. Luchtschroeven
- de samenstelling en werking van de luchtschroef met vaste
spoed;
- de invloed van de instelhoek en de invalshoek op de trekkracht;
- de redenen welke geleid hebben tot de invoering van luchtschroeven
met variabele spoed;
- de wijze van bevestiging en centrering van houten en metalen
luchtschroeven op de motoras.
7. Brandstof en smeerolie
- de belangrijkste eigenschappen welke de kwaliteit van benzine
bepalen;
- de definitie van "octaangetal"
- de invloed van de volgende toevoegingen in de brandstof:
- a. tetra-ethyl lood (TEL);
- b. inhibitors.
- de belangrijkste eigenschappen welke de kwaliteit van smeerolie
bepalen.
8. Brandstofinstallatie
8.1 Brandstoftank
- inbouw;
- voorzieningen voor vullen, aftappen en ventileren.
8.2 Installatie
- pompen, filters, leidingen.
8.3 Bedrijfsklaar maken
- brandstof vullen en controleren
9. Kajuitverwarmingsinstallatie
9.1 Opbouw
9.2 Werking
- warmtebron;
- regeling van temperatuur en ventilatie
MOTORINSTRUMENTEN
1. Algemeen
1.1 Indeling motorinstrumenten
- toerenteller;
- cylinderkoptemperatuurmeter;
- olietemperatuurmeter;
- oliedrukmeter;
- brandstofmeter.
2. Toerenteller
2.1 Meetprincipe
- draaistroom toerenteller
- wisselstroom toerenteller
2.2 Opbouw en werking
- draaistroom toerenteller:
- a. constructie generator;
- b. output generator;
- c. constructie aanwijzer;
- d. aanloopvoorzieningen aanwijzer;
- e. wervelstroomkoppeling;
- f. functie torsieveer;
- g. presentatie;
- h. invloed bedrading.
- wisselstroomtoerenteller:
- a. constructie generator;
- b. output generator;
- c. soort aanwijsinstrument;
- d. noodzaak gelijkrichter;
- e. soort gelijkrichter;
- f. nadelen wisselstroom toerenteller;
- g. invloed bedrading;
- h. presentatie
3. Temperatuurmeting
3.1 Meetprincipe
- bimetaalthermometer;
- weerstandsthermometer;
- thermo-electrische temperatuurmeter (pyrometer).
3.2 Opbouw en werking
- Bimetaalthermometer:
- a. constructie bimetaal;
- b. vormen bimetaal;
- c. materialen;
- d. nauwkeurigheid;
- e. presentatie;
- f. toepassing.
- weerstandsthermometer:
- a. constructie meetelement;
- b. opbouw meetschakeling;
- c. soort aanwijsinstrument;
- d. invloed spanningsvariaties op aanwijzing;
- e. middelen om deze invloed te verminderen c.q. te elimineren;
- f. werking draaispoelverhoudingsmeter;
- g. toepassing.
- thermo-electrische temperatuurmeter:
- a. opbouw meetelement;
- b. materialen meetelement;
- c. meetschakeling;
- d. begrippen: warme las, koude las;
- e. temperatuurconstante;
- f. soort aanwijsinstrument;
- g. invloed bedrading op aanwijzing;
- h. temperatuurcompensatie;
- i. presentatie;
- j. transport.
4. Brandstofaanwijzer
4.1 Meetprincipe
- vlottertype;
- capacitieve standmeting;
- peilglas.
4.2 Opbouw en werking
- vlottertypen:
- a. constructie vlottertankunit;
- b. opbouw meetschakeling;
- c. soort aanwijsinstrument (verhoudingstype - 3 spoelstype);
- d. invloed bedrading op aanwijzing;
- e. invloed spanningsvariaties op aanwijzing;
- f. invloed temperatuur op aanwijzing;
- g. presentatie.
- capacitieve standmeting:
- a. constructie meetelement;
- b. aantal meetelementen;
- c. opbouw meetschakeling;
- d. werking meetschakeling;
- e. functie referentiecondensator;
- f. functie follow-up potentiometer;
- g. functie "empty" en "full" potentiometer;
- h. richtingsgevoeligheid;
- i. servo-amplifier;
- j. soort servomotor;
- k. soort indicator;
- l. afstelprocedure;
- m. presentatie.
- peilglas:
- a. constructie peilglas;
- b. afleesmogelijkheid.
5. Oliedrukken
5.1 Meetprincipe
5.2 Opbouw en werking
- constructie drukmeetelement;
- overbrenging naar wijzer;
- presentatie;
- nauwkeurigheid.
ELECTRISCHE INSTALLATIES
1. Gelijkstroomtechniek
- stroomsterkte, spanning, weerstand en vermogen;
- wet van Ohm, 1e en 2e wet van Kirchhoff, Brug van Wheatstone;
- de magnetische werking van de stroom: electromagneet;
- lood- en nikkelcadium accumulatoren:
- a. constructie, werking en opbouw;
- b. capaciteit en capaciteit afhankelijkheid t.a.v. de stroom;
- c. verloop soortelijk gewicht bij laden en ontladen;
- d. spanning per cel tijdens laden, in bedrijf of in ontladen
toestand;
- e. inwendige weerstand;
- f. voor- en nadelen nikkelcadium- t.a.v. loodaccumulatoren;
2. Materialen
2.1 Weerstanden
- eenheid van weerstand;
- temperatuur afhankelijkheid;
- vermogen;
- parallel- en serieschakeling.
2.2 Kabels
- doel en opbouw van:
- a. normale kabel;
- b. afgeschermde kabel;;
- c. coaxiale kabel.
- isolatiematerialen.
2.3 Verbindingsmiddelen
- mogelijkheid trekontlasting;
- vergrendeling en borging;
- kabel-schoenen;
- kabel-verbinders;
- pluggen;
- schakelaars.
2.4 Condensatoren
- principe en uitvoering;
- eenheid van capaciteit;
- impedantie.
2.5 Spoelen
- principe en werking;
- eenheid van zelfinductie;
- impedantie.
2.6 Transformatoren
- principe en uitvoering;
- primaire- en secundaire stroom en spanning;
- transformatie verhouding..
3. Installatie
3.1 Wisselstroomgenerator
- principe drie fasen generator;
- functie van:
- a. stator;
- b. rotor;
- c. sleepringen.
- drie fasen gelijkrichter;
- regeling veldsterkte d.m.v. spanningsregelaar;
- borstel controle en borstel vervanging;
- werking en afstelling spanningsregelaar.
3.2 Gelijkstroommotoren
- principe serie motor;
- functie van:
- a. anker;
- b. veldwikkeling;
- c. commutator;
- d. koolborstels.
- borstel controle en borstel vervanging;
- doel en uitvoering van starter waarschuwing.
3.3 Ontsteking
- principe batterij ontsteking;;
- functie van:
- a. ontstekingsspoel;
- b. condensator;
- c. contactpunten;
- d. verdeler.
- principe magneetontsteking;
- functie van:
- a. draaiende magneet;
- b. poolschoenen;
- c. primaire/secundaire spoel;
- d. contactpunten;
- e. condensator;
- f. verdeler.
3.4 Beveiliging van electrische leidingen
- doel beveiliging;
- kabel doorsnede i.v.m.:
- a. stroomsterkte;
- b. omgevingstemperatuur;
- c. spanningsverlies;
- d. mechanische sterkte.
- thermische beveiliging:
- a. maximaal schakelaars (circuit breakers) principe en werking;
- b. smeltveiligheden (fuses), principe en werking;
- selectiviteit.
3.5 Doel en uitvoering van:
- aarding;
- bonding;
- afscherming.
4. Werkwijzen
4.1 Kabels
- draadstrippen;
- solderen van bedrading.
4.2 Kabelschoenen
- aanbrengen van kabelschoenen;
- verbuigen van kabelschoenen;
- aansluiten van kabelschoenen.
4.3 Kabelverbinders
- aanbrengen van kabelverbinders op draad zonder afscherming;
- aanbrengen van kabelverbinders op draad met afscherming;
- aanbrengen van meerdere kabelverbinders in draadbundels;
- meervoudige lasverbindingen.
4.4 Bevestigen en opbinden van electrische bedrading
- buigstralen;
- speling in draadlengten;
- afdruipbochten;
- gebruik van draadbeugels;
- gebruik van bindmiddelen.
5. Gereedschappen, meetinstrumenten
- principe en gebruik van:
- a. stripgereedschap
- b. kabelschoentang
- c universeelmeter
EISEN INZAKE ERVARING
De aanvrager moet aantonen dat hij tenminste gedurende de onmiddellijk
aan de aanvraag voorafgaande twee achtereenvolgende jaren voldoende
werkzaamheden t.b.v. het onderhoud van motoren en motorinstallaties
in zweefvliegtuigen heeft verricht.
Terug naar examen info