Datum13 september 1982
VakElectrische installaties
Vragen8 vragen
Tijd75 minuten
BevoegdheidZweefvliegtechnicus A I

1. Teken twee weerstanden van respectievelijk 100 Ohm en 200 Ohm in serie aangesloten op een spanningsbron van 12 V. Gevraagd:


2. Verklaar waarom men zowel voor de te gebruiken bekabeling als de te gebruiken smeltveiligheden goedgekeurde typen dient te installeren in een zweefvliegtuig.


3. Beschrijf hoe u te werk zou gaan bij het installeren van een elektrische variometer en geef tevens aan welke onderdelen en gereedschappen u hierbij wilt gebruiken.


4. Is het waarschijnlijk dat u met betrekking tot de te selekteren kabeldiameter van een draad voor installatie in een zweefvliegtuig rekening dient te houden met het eventuele spanningsverlies? Motiveer uw antwoord.


5. Teken de opbouw van een nikkel cadmium accumulator, geef hierbij de plus- en de min-pool aan. Wat is de funktie van het elektrolyt in een accumulator?


6. Er zijn in principe twee ontstekingssystemen n.l. batterij- en magneetontsteking. Geef een nauwkeurige beschrijving van de overeenkomsten en verschillen tussen deze beide systemen.


7. Tijdens het starten wordt de klemspanning van de batterij gemeten. Deze bedraagt 11 V, de tegelijkertijd gemeten spanning aan de klemmen van de startmotor bedraagt 8,5 V. Indien gegeven is dat de lengte van de kabel 80 cm is en de weerstand van de startkabel 2,5 Ohm/100 m, hoe groot is dan het vermogensverlies in de startkabel?


8. In een motorzweefvliegtuig kan een seriemotor geinstalleerd zijn. Waarvoor wordt deze gebruikt en waarom gebruikt men hiervoor een seriemotor?


Overige beschikbare vakken van dit examen: Motoren

Terug naar examen opgaven ZVT B examen info