| Datum | 25 januari
1982 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Wat verstaat men onder absolute drukmeting en wat onder
relatieve drukmeting?
- b. Welk vlieginstrument meet absolute druk en welk vlieginstrument
meet relatieve druk?
- c. Welke eisen worden gesteld aan vliegtuiginstrumenten?
2. Hoogtemeter
- a. Op welk systeem is het instrument aangesloten?
- b. Is een eenvoudige controleop de goede werking mogelijk?
Zo ja, welke?
- c. Wat geschiedt er als aan de instelknop van het instrument
wordt gedraaid?
3. Snelheidsmeter
- a. Wat wordt in principe gemeten?
- b. Welke drukken heersen in het membraan en welke rondom het
membraan?
- c. Van welke factoren zijn deze drukken afhankelijk?
4. Stijgsnelheidsmeter
- a. Wat wordt in principe gemeten?
- b. Wat wordt verstaan onder T.A.-kompensatie? Geef twee methoden
aan, hoe deze kompensatie kan worden verkregen.
- c. Wat is de funktie van het veertje in de stuwschijfvariometer?
5. Bolkompas
- a. Welk deel van het aardmagnetisch veld wordt gebruikt voor
koersmeting?
- b. Wat is het doel van de microcompensator; beschrijf de constructieve
opbouw en werking van deze compensator.
- c. Wat verstaat men onder inclinatie en wat onder deviatie?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Wat is een gyroscoop?
- b. Op welke gyroscopische eigenschappen berust de bochtaanwijzer?
- c. Waarom is in de bochtaanwijzer een omkeermechanisme aanwezig?
- d. Is de vliegsnelheid van invloed op de aanwijzing van de
bochtaanwijzer? Verklaar uw antwoord.
- e. Wat is het doel van het oprichtmechanisme bij een kunstmatige
horizon?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info