| Datum | 21 februari
1983 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 5 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Hoogtemeter
- a. Waarop berust de werking van een pneumatische hoogtemeter?
- b. Waarom moet een hoogtemeter instelbaar zijn en wat gebeurt
er in het instrument tijdens deze instelling?
- c. Wat verstaat men onder de code Q.N.H. en wat onder Q.F.E.?
- d. Op welk systeem is de hoogtemeter aangesloten? Geef een
korte beschrijving van dit systeem.
2. T.A. Variometer
- a. Teken het principeschema van een T.A. variometersysteem,
waarin opgenomen een stuwschijfvariometer, een thermosfles en
een compensatiedoos.
- b. Verklaar de werking van dit systeem. Geef in deze verklaring
aan, dat knuppeleffecten niet van invloed zijn op de aanwijzing.
- c. Waardoor wordt het volume van de thermosfles bepaald en
hoe kan dit worden afgeregeld?
- d. Hoe kan het systeem worden getest op luchtdichtheid?
3. Buitenluchttemperatuurmeter
- a. Welke principes kent u voor het meten van de buitenluchttemperatuur?
- b. Beschrijf aan de hand van een schema een systeem met gebruikmaking
van een draaispoelmeter.
4. Bolkompas
- a. Waarop berust de werking van een magnetisch bolkompas?
- b. Wat verstaat men onder inclinatie, variatie en deviatie?
- c. Beschrijf de opbouw van een magnetisch kompas.
- d. Hoe kunnen koersafwijkingen worden gecorrigeerd?
5. Gyroscopische instrumenten
- a. Noem de belangrijkste eigenschappen van een gyroscoop.
- b. Geef de stand van de tolas aan en het aantal graden van
bewegingsvrijheid, inclusief de tolas van:
- a. kunstmatige horizon;
- b. koersaanwijzer;
- c. bochtaanwijzer.
- c. Waarom is een omkeermechanisme nodig in een bochtaanwijzer?
- d. Waarom zijn richtmiddelen noodzakelijk en in welke van
de in 5 b. genoemde instrumenten komen deze voor?
- e. Beschrijf een richtsysteem van een kunstmatige horizon.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info