| Datum | 21 februari
1983 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 3 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A I |
1. Toerenteller
- a. Geef een beschrijving van de opbouw en werking van de draaistroomtoerenteller.
- b. Welke elektrische grootheid wordt in principe gemeten?
- c. Wat is het doel van het torsie veertje?
- d. Is dit systeem spanningsgevoelig? Verklaar uw antwoord.
- e. Welke andere meetprincipes van toerental kent u?
2. Temperatuurmeting
- a. Welke twee methoden voor het meten van de olietemperatuur
kent u? Geef een korte beschrijving en schema of tekening van
beide systemen.
- b. Waarop berust het meetprincipe van de cylinderkoptemperatuurmeting?
- c. Uit welk materiaal is het meetelement samengesteld?
- d. Is de temperatuur van de stuurhut van invloed op de aanwijzing?
Verklaar uw antwoord.
- e. Wat is de invloed van de lengte van de bedrading op de
aanwijzing?
3. Brandstofaanwijzing
- a. Geef een beschrijving van de opbouw en werking van de brondstofstandaanwijzer
van het vlottertype.
- b. Heeft de lengte van de bedrading invloed op de aanwijzing?
Verklaar uw antwoord.
- c. Hebben spanningsverschillen invloed op de aanwijzing? Zo
ja, hoe wordt hiervoor gecompenseerd?
- d. Welke andere meetprincipes van brandstofstand kent u?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Motoren, Electrische installaties
.
Terug naar examen opgaven ZVT B examen info