| Datum | Maart 2006 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 7 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | AML A |
|
1. Algemeen
- a. Noem 5 oorzaken voor miswijzing van vliegtuiginstrumentatie.
- b. Verklaar de begrippen:
- parallax
- tolerantie
- ijken
- hysteresis
2. Pitot- en statisch systemen
- a. Wat wordt verstaan onder:
- stuwdruk
- statische druk
- totale druk
en door welke elementen van het systeem worden deze drukken gemeten.
- b. Hoe wordt de plaats van de statische opening bepaald
- Wanneer moet een lektest worden uitgevoerd?
- Beschrijf de uitvoering van de lektest
3. Hoogtemeter
- a. Welke aannames vormen de Ineternationale Standaard Atmosfeer
- b. Teken het inwendige van een hoogtemeter.
- c. Stel dat het membraan in de hoogtemeter lek raakt, wat zal dan het
gevolg zijn voor de aanwijzing.
- d. Wat is de reden van de QNH- in plaats van de QFE instelling tijdens
een overland vlucht.
4. Snelheidsmeter
- a. Wat is de reden van de te lage aanwijzing van een snelheidsmeter bij
toenemende hoogte
- b. De vlieger merkt dat bij alle vliegstanden de indicatie hetzelfde
blijft. Wat kan hiervan de oorzaak zijn
5. Variometer

- a. Verklaar aan de hand van de hier boven gegeven tekening de werking van
deze variometer.

- b. Verklaar aan de hand van de hier boven gegeven tekening de werking van
deze variometer.
6. Kompas
- a. Hoe worden de gevolgen van de inclinatie op de kompasroos zoveel
mogelijk voorkomen.
- b. Verklaar de invloed van de draaingsfout wanneer het zweefvliegtuig in
oostelijke richting vliegt
7. Gyroskopische instrumenten
- a. Welk instrument maakt gebruik van een:
- Half cardanisch opgehangen tol
- Vol cardanisch opgehangen tol
- b. Wat voor effekt (2 stuks) geeft de verwisseling van de elektrische + en
- aansluiting van een bochtaanwijzer
Overige beschikbare vakken van dit examen:
Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Voorschriften,
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info