| Datum | 19 maart
1979 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 4 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Gyroscopische instrumenten
- a. Noem de belangrijkste eigenschappen van een gyroscoop
- b. Geef de stand van de tolas aan en het aantal assen van
bewegingsvrijheid, inclusief de tolas van:
- a. kunstmatige horizon
- b. koersaanwijzer
- c. bochtaanwijzer
- c. Waarom is een omkeermechanisme nodig in een bochtaanwijzer?
- d. Waarom zijn richtmiddelen noodzakelijk en in welke van
de genoemde instrumenten komen deze voor?
- e. Beschrijf een richtsysteem van een kunstmatige horizon.
2. Hoogtemeter
- a. Welke standaardwaarden voor temperatuur, druk en luchtdichtheid
op zeeniveau zijn aangenomen bij de I.C.A.O. standaardatmosfeer?
- b. Waarop berust de werking van de pneumatische hoogtemeter?
- c. Waarom moet een hoogtemeter instelbaar zijn en wat gebeurt
er in het instrument tijdens deze instelling?
- d. Wat verstaat men onder de code Q.N.H. en wat onder Q.F.E.?
- e. Op welk systeem is de hoogtemeter aangesloten? Geef een
korte beschrijving van dit systeem.
3. T.A. Variometer
- a. Teken het principeschema van een T.A. variometersysteem
waarin opgenomen een stuwschijf variometer, een thermosfles en
een compensatiedoos.
- b. Verklaar de werking van dit systeem. Geef in deze verklaring
aan dat knuppeleffecten niet van invloed zijn op de aanwijzing.
- c. Waardoor wordt het volume van de thermosfles bepaald en
hoe kan dit worden afgeregeld?
- d. Hoe kan het systeem worden getest op luchtdichtheid?
4. Bolkompas
- a. Waarop berust de werking van een magnetisch bolkompas?
- b. Wat verstaat men onder inclinatie?
- c. Wat verstaat men onder declinatie?
- d. Beschrijf de opbouw van het magnetisch kompas.
- e. Hoe kunnen koersafwijkingen worden gecorrigeerd?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Voorschriften.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info