| Datum | 21 maart
1988 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Hoe wordt de statische druk en de energiedruk verkregen?
- b. Wat is een venturibuis en van welke faktoren is de druk
in de keel afhankelijk?
2. Hoogtemeter
- a. Waarom is de hoogtemeter instelbaar en wat gebeurt er bij
het verdraaien van de instelknop?
- b. U vliegt van A (15 graden C) naar B (25 graden C); wanneer
uw hoogtemeter boven B 500 m aanwijst, is uw werkelijke vlieghoogte
dan groter, gelijk of kleiner dan 500 m? Verklaar Uw antwoord.
3. Snelheidsmeter
- a. Wat verstaat men onder de positiefout van de snelheidsmeter?
- b. Geef het verband tussen energiedruk, stuwdruk en statische
druk en laat tevens zien, dat de stuwdruk een maat is voor de
luchtsnelheid.
4. Variometer
- a. Beschrijf aan de hand van een aansluitschema de werking
van een stuwschijfvariometer met T.E.-compensatie.
5. Bolkompas
- a. Waardoor ontstaat de noordelijke draaiingsfout?
- b. U vliegt koers Oost; waarom staat koers 120 links en koers
60 rechts van de zeilstreep?
6. Gyroscoop
- a. Wat meet de bochtaanwijzer en om welke as?
- b. Van welke gryroscopische eigenschap maakt de kunstmatige
horizon gebruk?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info