| Datum | maart 1989 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Welke instrumenten moeten minimaal aanwezig zijn in een
zweefvliegtuig?
- b. Welk van deze instrumenten meet relatieve druk?
- c. Van welk(e) system (systemen) ontvangen deze instrumenten
drukinformatie?
2. Hoogtemeter
- a. Welke drukschaalinstellingen kent U en wanneer worden ze
gebruikt?
- b. Voor welke termperatuursverandering is het instrument gecompenseerd?
3. Snelheidsmeter
- a. Welke drukken bepalen de uitslag van dit instrument
- b. Wat is de invloed van de buitenluchttemperatuur op de uitslag?
- c. Heeft de vlieghoogte invloed op de aanwijzing?
4. Stijg- en daalsnelheidsmeter
- a. Wat wordt in principe gemeten?
- b. Wat verstaat U onder T.A. compensatie? Geef hiervan 2 uitvoeringsmogelijkheden.
- c. Wat is de functie van het weertype in de stuwschijfvariometer?
5. Bolkompas
- a. Wat verstaat U onder de begrippen:
- variatie
- inclinatie
- deviatie.
- b. Welke dynamische fouten heeft dit kompas als gevolg van
de konstruktie?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Welke eigenschappen heeft een gyroscoop?
- b. In welke vlieginstrumenten wordt een gyroscoop toegepast?
- c. Wat is de stand van de tolas bij de door U genoemde instrumenten?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info