| Datum | 27 maart
1995 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 5 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Pitot en statisch systeem. Geef een aansluitschema van een
pitotstatisch systeem waarop aangesloten:
- hoogtemeter
- snelheidsmeter
- variometer met compensatiedoos
2. Hoogtemeter
- a. Waarvoor dient de subscale?
- b. In welke vluchtfase wordt de QNE instelling gebruikt?
- c. Waarvoor dient het bimetaal in het instrument?
3. Snelheidsmeter
- a. Welke druk meet dit instrument?
- b. Hoe wordt uit deze druk de snelheid verkregen?
- c. Wat verstaat U onder Rho-correctie?
4. Bolkompas
- a. Wanneer is dit instrument verplicht?
- b. Welke invloed heeft de inclinatie op dit instrument?
- c. Onder welke vliegomstandigheden is de aanwijzing minder
betrouwbaar?
- d. Wat verstaat U onder compenseren en wanneer is dit noodzakelijk?
5. Gyroscopische instrumenten
- a. Welke gyroscopische instrumenten worden in een zweefvliegtuig
toegepast?
- b. Bij welk instrument berust de werking voornamelijk op standvastigheid
en bij welk instrument op precessie?
- c. Waarvoor dient een oprichtmechanisme?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info