| Datum | 1 april
1985 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Pitot statisch systeem
- a. Tijdens een lierstart geeft de snelheidsmeter geen aanwijzing,
terwijl de hoogtemeter en variometer normaal aanwijzen. Wat kan
hiervan de oorzaak zijn?
- b. Waarom zijn de statische openingen in het algemeen onder
de grootste breedte in de romp geplaatst?
2. Hoogtemeter
- a. Hoe voert u een drukschaalkontrole uit en welke zijn de
toelaatbare toleranties?
- b. Wat is de invloed op de werkelijke vlieghoogte, indien
u vliegt naar een gebied met:
- a. een lagere luchtdruk;
- b. een hogere luchttemperatuur?
- Verklaar uw antwoord.
3. Snelheidsmeter
- a. Van welke faktoren zijn de druk in het membraan en de druk
om het membraan afhankelijk?
- b. Heeft de vlieghoogte invloed op de aangewezen overtreksnelheid?
Verklaar uw antwoord.
4. Variometer.
- Beschrijf de werking van een elektrisch/elektronisch variometersysteem.
5. Bolkompas
- a. Wat verstaat men onder deviatie en waarvan is de deviatie
afhankelijk?
- b. Waarom is het huis van het bolkompas gevuld met vloeistof?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Wat verstaat men onder een gyroscoop en wat zijn de eigenschappen
van een gyroscoop?
- b. Heeft het toerental van de tol invloed op de aanwijzing
van:
- a. de bochtaanwijzer;
- b. de kunstmatige horizon?
- Verklaar uw antwoord.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info