| Datum | 9 april
1997 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Pitot statisch systeem
- a. Geef in een aansluitschema aan, hoe onderstaande instrumenten
zijn aangesloten.
- Hoogtemeter
- Snelheidsmeter
- Variometer met compensatiedoos
2. Hoogtemeter
- a. Welke druk heerst in het membraan?
- b. Wat is de invloed op de aanwijzing van resp. de cockpittemperatuur
en de buitenluchttemperatuur?
- c. Wat is de aanwijzing van het instrument aan de grond, als
de subscale achtereenvolgens wordt ingesteld op QFE, QNH en QNE?
3. Snelheidsmeter
- a. Wat meet dit instrument eigenlijk?
- b. Hoe kan hieruit de luchtsnelheid bepaald worden?
- c. Hoe ziet de schaalverdeling er van nature uit?
4. Variometer
- a. Welke typen kent u?
- b. Beschrijf de werking van een type.
5. Vloeistofkompas
- a. Wat verstaat u onder deviatie, inclinatie en variatie?
- b. Hoe kan de deviatie verkleind worden?
- c. Waardoor is een vloeistofkompas gevoelig voor versnellingen?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Noem de basiseigenschappen van een gyroscoop.
- b. In welke instrumenten wordt een gyroscoop toegepast?
- c. Waarvoor dient een oprichtmechanisme?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info