| Datum | 14 september
1981 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 5 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Hoogtemeter
- a. Welke standaardwaarden voor temperatuur, druk en luchtdichtheid
op zeeniveau zijn aangenomen bij de I.C.A.O. standaardatmosfeer?
- b. Waarop berust de werking van de pneumatische hoogtemeter?
- c. Waarom moet een hoogtemeter instelbaar zijn en wat gebeurt
er in het instrument tijdens deze instelling?
- d. Wat verstaat men onder de code Q.N.H. en wat onder Q.F.E.?
- e. Om welke reden is het niet toelaatbaar, dat direct na de
landing een drukschaalcontrole plaatsvindt?
2. Snelheidsmeter
- a. Welke drukken heersen in en om het membraan en van welke
factoren zijn deze drukken afhankelijk?
- b. Tot welk soort schaalverdeling geeft de snelheidsmeter
aanleiding?
- c. Welke invloed heeft de hoogte op de aanwijzing?
3. T.A. Variometer
- a. Wat is het doel van het spiraalveertje?
- b. Welke drukken heersen in en om de membraandoos van de TA
compensatiedoos?
- c. Waarvan is het volume van de membraandoos afhankelijk?
4. Kompas
a. Wat verstaat men onder declinatie -, wat onder inclinatie -,
wat onder variatie - en wat onder deviatie?
b. Welk deel van het aardmagnetisch veld wordt gebruikt voor koersmeting?
c. Waardoor onstaat de noordelijke draaiingsfout? Verklaar uw
antwoord.
5. Bochtaanwijzer
- a. Van welke toleigenschap wordt gebruik gemaakt?
- b. Wat is de stand van de tolas in een rechterbocht?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info