| Datum | Oktober 2003 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Noem 5 eisen waaran vliegtuiginstrumentatie moet voldoen.
- b. Verklaar de begrippen absolute- en relatieve drukmeting
- c. Wat verstaat men onder ijken.
2. Pitot-statisch systeem
- a. Hoe wordt de plaats van de statische openingen bepaald?
- b. Geef met een tekening hoe de drukinstrumenten op het pitot-statisch
systeem zijn aangesloten.
3. Hoogtemeter
- a. Verklaar van de hoogtemeter de
- 1. Hysteresische fout
- 2. Temp/drukfout
- 3. Hoogtefout
- 4. Calibratie- of schaalfout (waarde)
- b. Verklaar de begrippen QFE en QNH
- c. Wat wordt de aanwijzing van de hoogtemeter wanneer het membraan lek is
4. Variometer
- a. Verklaar met behulp van een tekening de werking van de stuwschijf
variometer.
- b. Wat is een logaritmische schaal en verklaar het voordeel van deze
schaal ten opzichte van een lineaire schaal.
5. Snelheidsmeter
- a. Teken het inwendige van een snelheidsmeter.
- b. Geef de betekenis van de kleurenband die aan de rand van de
snelheidsmeter kan zijn aangebracht.
- c. Wat is het gevolg voor de aanwijzing wanneer zowel de statische- als
de stuwbuis door ijsafzetting dichtgevroren zijn.
6. Gyroskopische instrumenten
- a. Welke twee eigenschappen heeft een gyroscoop.
- b. Wat verstaat men onder een vol-cardanisch opgehangen tol.
- c. In welk instrument wordt de tol uit vraag b gebruikt.
- d. Bij een elektrische bochtaanwijzer slaat, bij een rechter bocht, de
wijzer naar links uit. Wat kan hiervan de oorzaak zijn en hoe kan men dit verhelpen?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info