| Datum | 9 oktober
1978 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 4 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Magnetisch kompas
- a. Aardmagnetisch veld
- 1. Wat verstaat men onder inclinatie en hoe groot is deze
ongeveer voor Nederland?
- 2. Wat verstaat men onder declinatie en hoe groot is deze
ongeveer voor Nederland en in welke richting?
- 3. Wat verstaat men onder deviatie?
- b. Bolkompas
- 1. Waarop berust de werking van het bolkompas?
- 2. Verklaar de werking van het compensatiemechanisme.
- 3. Wat is het doel van de vloeistof in het bolkompas?
2. Hoogtemeter
- a. Is een hoogtemeter een relatieve of een absolute drukmeter?
- b. Volgens welke normen wordt een hoogtemeter gecalibreerd?
- c. Waarom moet een hoogtemeter instelbaar zijn?
- d. Hoe kan op de grond een drukschaalcontrole worden uitgevoerd?
3. Variometer
- a. Een stuwschijftype variometer is aangesloten op een venturibuis,
een statische opening en een thermosfles. Geef in een principeschets
de opbouw van het systeem aan en verklaar de werking.
- b. Welke invloed heeft een verandering van het thermosfles-volume
op de werking?
4. Gyroscopische instrumenten
- a. Welke zijn de hoofdeigenschappen van een gyroscoop?
- b. Hoe is de stand van de tolas van een kunstmatige horizon
en van een turn en slip indicator?
- c. Wat zijn de kenmerkende eigenschappen van deze instrumenten?
- d. Schets de presentatie van een turn en slip indicator tijdens
een gecoördineerde standaard-bocht van 180°/min.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Voorschriften.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info