| Datum | 28 oktober
1985 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Pitot statisch systeem
- a. Welke drukken worden met dit systeem gemeten en wat zijn
de definities van deze drukken?
- b. Wat is de invloed van een lek in het statisch systeem op
de aanwijzing van de hoogtemeter, de snelheidsmeter en de T.A.
variometer met compensatiedoos?
2. Hoogtemeter
- a. Wat is de functie van de in de hoogtemeter aangebrachte
temperatuurscorrectie?
- b. Welke drukschaalinstellingen kent u, wat is de betekenis
van deze instellingen en wanneer worden zij gebruikt?
3. Snelheidsmeter
- a. Wat is het meetprincipe van de snelheidsmeter?
- b. Tot welke soort schaalverdeling geeft de snelheidsmeter
aanleiding?
4. Variometer
- a. Teken het principeschema van een, d.m.v. een venturibuis,
gecompenseerd variometer-systeem.
- b. Verklaar de werking van dit systeem.
5. Bolkompas
- a. Waarom is de rooskaart niet in het zwaartepunt ondersteund?
- b. Waarom is het bolkompas niet bruikbaar op hoge breedtegraad?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Waarom moet in een kunstmatige horizon een richtmiddel
worden toegepast?
- b. Waarom wordt in een bochtaanwijzer een omkeermechanisme
toegepast?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties .
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info