| Datum | 26 oktober
1992 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Welke drukken worden gemeten door het pitot=statische systeem?
- b. Wat is de relatie tussen stuwdruk en vliegsnelheid?
- c. Wat verstaat U onder de positiefout?
2. Hoogtemeter
- a. Wat is de tolerantie van dit instrument?
- b. Wat is de aanwijzing van dit instrument aan de grond bij
instelling van de subscale op resp. QFE, QNH, QNE?
- c. Is de buitenluchttemperatuur van invloed op de aanwijzing?
3. Snelheidsmeter
- a. Geef een eenvoudige schets van het meetprincipe onder vermelding
van de drukken in het instrument.
- b. Wat veroorzaakt het verschil tussen aangewezen en werkelijke
vliegsnelheid?
4. Variometer
- Schets en verklaar twee methoden voor TA compensatie voor
een stuwschijfvariometer.
5. Bolkompas
- a. Wat verstaat U onder statische en dynamische fouten?
- b. Waardoor worden deze veroorzaakt?
- c. Wat is de invloed van de inclinatie op de constructie van
het kompas?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Op welke eigenschap van de gyroscoop berust voornamelijk
de werking van een kunstmatige horizon?
- b. Wat is de invloed op de aanwijzing van een bochtaanwijzer
van resp. tolsnelheid en vliegsnelheid?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info