|
Datum |
7 oktober 1998 |
|
Vak |
Instrumenten |
|
Vragen |
6 vragen |
|
Tijd |
45 minuten |
|
Bevoegdheid |
Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Noem 5 eisen waaran vliegtuiginstrumentatie moet voldoen
- b. Wat verstaat men onder tolerantie
- c. Wat verstaat men onder ijken
2. Pitot-statisch systeem
- a. Hoe wordt de plaats van de statische openingen bepaald?
- b. Geef met een tekening aan welke instrumenten op het pitot-statisch systeem zijn aangesloten.
3. Hoogtemeter
- a. Verklaar van de hoogtemeter de
- 1. hysteresische fout
- 2. temp/drukfout
- 3. hoogtefout
- 4. calibratie- of schaalfout(waarde)
- b. Verklaar de begrippen QFE en QNH
- c. Wat wordt de aanwijzing van de hoogtemeter wanneer het membraan lek is
4. Variometer
- a. Verklaar met behulp van een tekening de werking van de stuwschijf variometer
- b. Wat is een logaritmische schaal en verklaar het voordeel van deze schaal ten opzichte van een lineaire schaal.
5. Magnetisch kompas
- a. Verklaar de begrippen inclinatie en deviatie
- b. Wat is het doel van de vloeistof in het kompas (2st.)
6. Gyroskopische instrumenten
- a. Welke twee eigenschappen heeft een gyroscoop
- b. Wat verstaat men onder een volcardanisch opgehangen tol
- c. In welk instrument wordt de tol uit vraag b gebruikt
- d. Bij een elektrische bochtaanwijzer slaat, bij een rechter bocht, de wijzer naar links uit. Wat kan hiervan de oorzaak zijn en hoe kan men dit verhelpen?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen, Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info