| Datum | 3 november
1986 |
| Vak | Instrumenten |
| Vragen | 6 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Algemeen
- a. Welke drukken worden door het pitot-statisch systeem gemeten?
- b. Wat verstaat men onder de positiefout?
2. Hoogtemeter
- a. Hoe voert u een drukschaal-kontrole uit en hoe groot mag
de fout zijn?
- b. Wat is (zijn) de funktie(s) van de bi-metalen veer?
3. Snelheidsmeter
- a. Wat verstaat men onder de stuwdruk en toon aan dat de grootte
van deze druk een maat is voor de luchtsnelheid.
- b. Geef een korte omschrijving van de fouten van de snelheidsmeter.
4. Variometer
- a. Waarom zal de variometer vlak na een lierstart nog enige
tijd stijgen aangeven?
- b. Welke druk "levert" de venturibuis?
5. Bolkompas
- a. Wat verstaat men onder variatie en wat onder inclinatie?
- b. Welke kompasfouten kent u en wat zijn de oorzaken van deze
fouten?
6. Gyroscopische instrumenten
- a. Wat verstaat men onder een half-cardanische ophanging van
de tol?
- b. Om welke vliegtuigassen worden de bewegingen van het vliegtuig
door de kunstmatige horizon aangewezen?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Vliegtuigen,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info