Gelet op artikel 45, tweede lid, en artikel 54 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, op de beschikking van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 25 april 1978, nr. Jur/L 21933 en op de beschikking van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 7 mei 1978, nr. Jur/L 22176;
De Voorzitter van de examencommissie voor Vliegtuigonderhoudstechnicus gehoord;
a. De examencommissie voor Vliegtuigonderhoudstechnicus is belast met het afnemen van de examens voor de bewijzen van bevoegdheid als Grondwerktuigkundige en Zweefvliegtechnicus en de bevoegdverklaringen zoals gesteld in deze bewijzen.
b. De examencommissie heeft tot taak te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de vereiste kennis voor het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaringen zoals bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart en nader zijn omschreven in de betreffende bijlagen.
a. Voor het verrichten van de noodzakelijke secretariaatswerkzaamheden wordt aan de examencommissie binnen de organisatie van de Luchtvaartinspectie een secretariaat ter beschikking gesteld voor welks functioneren het hoofd daarvan verantwoordelijk gesteld wordt.
b. De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheden voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie.
c. De leden van de examencommissie, die de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, worden als regel niet meer voor herbenoeming voorgedragen.
d. Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter steeds tijdig door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering moeten zij daarvan onverwijld kennis geven aan de secretaris waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdige vervanging zorgdraagt.
e. Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en gewaarmerkt examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert zulks aan de voorzitter.
f. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter een lid voldoende kan worden geacht. Elk mondeling examen wordt door ten minste twee leden van de examencommissie afgenomen.
g. Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat.
h. De voorzitter dient zijn medewerking te verlenen aan het overheidstoezicht op examens.
I. Bij ieder examen moeten de kandidaten zich legitimeren door middel van een identiteitsbewijs voorzien van een goed gelijkende pasfoto.
Alle beslissingen die in de examencommissie plaatsvinden worden genomen met meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
De voorzitter en de leden belast met het afnemen van de examens zijn verplicht tot geheimhouding van de examenvragen binnen de examencommissie en nadat de examens zijn afgenomen van de examenresultaten van de kandidaten. Dezelfde verplichting rust op de secretaris en diens plaatsvervanger.
Het examen bestaat, met uitzondering van het vak voorschriften, uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte. Het vak voorschriften wordt uitsluitend mondeling afgenomen.
a. Het examen voor de in artikel 1 bedoelde bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen omvat de vakken, zoals die zijn vastgelegd in de bij dit examenreglement behorende bijlagen A en B.
b. In deze bijlagen wordt tevens voor elk examenvak de duur van het schriftelijk en mondeling gedeelte vastgelegd.
c. Het examen moet in zijn geheel in één keer worden afgelegd.
a. Namens de voorzitter nodigt de secretaris tenminste 6 weken voor de aanvang van het examen de examinatoren uit voor deelname aan het examen en voor het opstellen van de schriftelijke examenopgaven.
b. Deze opgaven worden samengesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte onderwerpen opdat een zo goed mogelijk beeld kan worden verkregen van de kennis van de kandidaat. Zij worden door de voorzitter vastgesteld. De met het opstellen van vragen belaste examinatoren nemen afdoende maatregelen ter geheimhouding van de door hen opgestelde opgaven.
c. Het hoofd van het secretariaat is ervoor verantwoordelijk dat de examenopgaven onder geheimhouding worden uitgetypt, vermenigvuldigd en in verzegelde enveloppen worden bewaard om bij de aanvang van het examen aan de voorzitter ter hand te worden gesteld.
d. De secretaris zorgt in overleg met de voorzitter voor een rooster voor het examen waarin vermeld worden de tijdstippen waarop de examens in de verschillende vakken aanvangen en eindigen, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de bij het examen aanwezige examinatoren.
e. De secretaris richt tot iedere examenkandidaat een oproep tot deelname aan het examen onder vermelding van plaats, datum, tijd van aanmelding en mede te nemen bescheiden.
f. Bij de aanmelding van de kandidaten voor de aanvang van het examen draagt de secretaris er zorg voor dat aan iedere kandidaat, nadat deze zich heeft gelegitimeerd, zijn examennummer bekend gemaakt wordt en hem zijn plaats in de examenlokaliteit gewezen wordt.
g. Op het tijdstip van aanvang van het examen opent de voorzitter of een door hem aan te wijzen examinator de verzegelde enveloppe met opgaven voor het desbetreffende vak en draagt zorg voor uitreiking daarvan aan de kandidaten, die tevens worden voorzien van gewaarmerkt examenpapier en kladpapier.
h. Gedurende het examen zorgt de voorzitter voor regelmatige surveillance. Hij is verantwoordelijk voor het handhaven van orde en rust in de examenlokaliteit. Gedurende het examen mogen de kandidaten de examenlokaliteit niet verlaten dan met toestemming van de voorzitter en met inachtneming van de door de voorzitter gestelde voorwaarden.
i. Op het tijdstip van beëindiging van een examenvak van het examen draagt de voorzitter er zorg voor dat de kandidaten het werk beëindigen en wordt zowel het examenpapier als het kladpapier ingenomen.
j. De voorzitter stelt het gemaakte schriftelijke werk ter hand aan de desbetreffende examinatoren en bepaalt de termijn waarbinnen het moet zijn beoordeeld.
k. De voorzitter stelt in overleg met de secretaris plaats, datum en tijdstip vast van een vergadering met de betrokken examinatoren ter vaststelling van de resultaten van het schriftelijk werk, het nemen van beslissingen met betrekking tot de uitslag, het deelnemen aan het mondeling gedeelte dan wel uitsluiting van deelname aan het mondeling gedeelte van het examen. Na afloop van deze vergadering worden de genomen beslissingen schriftelijk aan de desbetreffende kandidaten medegedeeld.
a. De secretaris draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de samenstelling van een examenrooster voor het mondelinge gedeelte van het examen waarin opgenomen de tijdstippen van aanvang en einde van deze examens per vak, de deelnemende examinatoren en de lokaliteiten waarin de examens plaatsvinden.
b. De secretaris richt zo spoedig mogelijk een oproep aan de examinatoren en aan de kandidaten voor deelname aan het mondeling examengedeelte onder gelijktijdige toezending van het examenrooster.
c. Gedurende het mondelinge examengedeelte draagt de voorzitter zorg voor een ordelijk verloop van dit examengedeelte.
d. Het mondelinge gedeelte van het examen wordt in het openbaar afgenomen. Toehoorders moeten zich in het examenlokaal gedragen naar de aanwijzingen van de voorzitter of de overige examinatoren; toehoorders die zich niet naar deze aanwijzingen gedragen kan het verblijf in het examenlokaal worden ontzegd.
e. Onmiddellijk na afloop van een mondeling examen in een examenvak stellen de examinatoren, zo nodig in overleg met de voorzitter, het eindcijfer voor het desbetreffende vak vast waarna de secretaris deze eindcijfers schriftelijk vastlegt in een cijferlijst.
f. Nadat een kandidaat het mondeling examengedeelte heeft voltooid stelt de voorzitter in overleg met de aanwezige examinatoren de uitslag vast en deelt deze terstond na het examen aan de kandidaat mede. Gelijktijdig wordt de kandidaat in het bezit gesteld van een schriftelijke bevestiging van deze uitslag.
Indien overeenkomstig artikel 55 van de Regeling Toezicht Luchtvaart aan een kandidaat wordt toegestaan een herexamen af te leggen, wordt de kandidaat schriftelijk door de voorzitter van de datum van dit herexamen in kennis gesteld.
Het oordeel omtrent de kennis en de bedrevenheid van de kandidaten wordt voor ieder examen uitgedrukt door één van de cijfers 1 tot en met 10, aan welke cijfers de volgende betekenis moet worden gehecht:
| 1. Zeer slecht | 6. Voldoende |
| 2. Slecht | 7. Ruim voldoende |
| 3. Gering | 8. Goed |
| 4. Onvoldoende | 9. Zeer goed |
| 5. Bijna voldoende | 10. Uitmuntend |
a. Bij de examens bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte, worden de kandidaten van deelname aan het mondeling examengedeelte uitgesloten wanneer bij het schriftelijk examen in het desbetreffende vak het cijfer 4 of een lager cijfer werd behaald. Het cijfer voor het schriftelijk examengedeelte vormt dan tevens het eindcijfer voor het desbetreffende vak.
b. Kandidaten die bij het schriftelijk examengedeelte voor een examenvak een cijfer hoger dan 4 en lager dan 7 haalden moeten in het desbetreffende vak een mondeling examen afleggen. Het eindcijfer wordt in dit geval door de examinatoren bepaald aan de hand van de beoordelingen van het schriftelijk en mondeling examengedeelte voor een vak, met dien verstande dat het cijfer 6 niet door afronding naar boven mag worden verkregen.
c. Kandidaten die bij het schriftelijk examengedeelte voor een examenvak het cijfer 7 of een hoger cijfer behaalden zijn vrijgesteld van het afleggen van een mondeling examen in dat vak. Het voor het schriftelijk examengedeelte in dat vak behaalde cijfer vormt dan teven het eindcijfer.
d. In de gevallen als bedoeld in artikel 53, derde lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, worden de cijfers van het schriftelijk examen als eindcijfer beschouwd.
Een examen wordt geacht met gunstige uitslag te zijn afgelegd wanneer de kandidaat voor ieder vak van het examen tenminste het eindcijfer 6 heeft behaald.
Na afloop van het volledige examen geeft de voorzitter aan de kandidaat een verklaring omtrent de uitslag van het examen. Een afschrift wordt aan de Directeur Luchtvaartinspectie gezonden.
Deze beschikking kan worden aangehaald onder de titel: Examenreglement Vliegtuigonderhoudstechnicus.
Schiphol, 27 april 1978,
De Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst,
namens deze,
De Directeur Luchtvaartinspectie,
Ir. H.N. Wolleswinkel
behorende bij het examenreglement voor Vliegtuigonderhoudstechnicus
Voor de examens ter verkrijging van het bewijs van bevoegdheid als Grondwerktuigkundige is, voor de in dit bewijs te stellen bevoegdverklaringen, de duur van het schriftelijk- en mondeling gedeelte van elk examenvak hieronder aangegeven.
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 70.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 60 | 30 |
| MOTOREN (Z of T) | 60 | 30 |
| INSTRUMENTEN | 60 | 30 |
| ELEKTRISCHE INSTALLATIES | 60 | 30 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 71.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 90 | 30 |
| MOTOREN (Z of T) | 60 | 30 |
| INSTRUMENTEN | 60 | 30 |
| ELEKTRISCHE INSTALLATIES | 60 | 30 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 72.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 90 | 30 |
| MOTOREN (Z of T) | 60 | 30 |
| INSTRUMENTEN | 60 | 30 |
| ELEKTRISCHE INSTALLATIES | 60 | 30 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 73.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 60 | 30 |
| INSTRUMENTEN | 90 | 30 |
| (KLIMAATREGELING)* | 60 | 30 |
| ELEKTRISCHE INSTALLATIES | 60 | 30 |
| ELEKTRICITEITLEER | 60 | 30 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 74.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 60 | 30 |
| AUTOMATISCHE VLUCHTGELEIDINGSSYSTEMEN | 90 | 30 |
| COMMUNICATIE-, NAVIGATIE- EN IDENTIFICATIEINSTALLATIES | 90 | 30 |
| ELEKTRICITEITLEER | 60 | 30 |
behorende bij het examenreglement voor Vliegtuigonderhoudstechnicus
Voor de examens ter verkrijging van het bewijs van bevoegdheid als Zweefvliegtechnicus is, voor de in dit bewijs te stellen bevoegdverklaringen, de duur van het schriftelijk- en mondeling gedeelte van elk examenvak hieronder aangegeven.
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 75.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 60 | 30 |
| VLIEGTUIGINSTRUMENTEN | 45 | 20 |
| VLIEGTUIG ELECTRISCHE INSTALLATIES | 30 | 20 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 76.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 45 | 20 |
| MOTOREN | 60 | 30 |
| MOTORINSTRUMENTEN | 30 | 20 |
| ELEKTRISCHE INSTALLATIES | 45 | 20 |
met betrekking tot de eisen zoals vastgelegd in bijlage 77.
| EXAMENVAKKEN | EXAMENDUUR IN MINUTEN | |
| SCHRIFTELIJK | MONDELING | |
| VOORSCHRIFTEN | - | 30 |
| VLIEGTUIGEN | 45 | 20 |
| ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE INSTALLATIES | 60 | 30 |
Vrijstellingsregeling op grond van art. 24 van de R.T.L.
Vrijstelling: "-"
Examen: "X"
| Reeds in bezit zijnde bevoegdverklaring | ||||
| Bevoegdverklaring | Vak | A | B | C |
| A | Voorschriften | - | - | - |
| Vliegtuigen | - | X | X | |
| Vliegtuig instrumenten | - | X | X | |
| Vliegtuig electr. inst. | - | - | - | |
| B | Voorschriften | - | - | - |
| Vliegtuigen | - | - | - | |
| Motoren | X | - | X | |
| Motorinstrumenten | X | - | X | |
| Electrische installaties | X | - | X | |
| C | Voorschriften | - | - | - |
| Vliegtuigen | - | - | - | |
| Electrische en elektronische installaties | X | X | - | |