DatumMaart 2004
VakVliegtuigen
Vragen12 vragen
Tijd60 minuten
BevoegdheidAML A

1. Snelkoppelingen worden in de moderne zweefvliegtuigen veelvuldig gebruikt, maar ook deze zijn onderhevig aan slijtage.


2. In de GVK bouw treffen wij vaak laminaat- en sandwich-constructies aan.


3. Op welke wijze worden de gordingen van een hoofdligger geconstrueerd en kunt u bijzonderheden vermelden van de samenstelling van die gordingen.


4. Welke vliegparameter bepaald of een vleugel wel of niet overtrekt?


5. In een stijgende bocht


6. Benoem de twee belangrijkste gevaren van een (te) achterlijk liggend zwaartepunt in een vliegtuig.


7. De aerodynamische eigenschappen ("prestaties") van een zweefvliegtuig worden veelal aangegeven in een zogenaamd polair diagram.


8. Kunststoffen kunnen onderverdeeld worden in 3 hoofdgroepen, benoem deze en geef van elke hoofdgroep een voorbeeld van een toepassing in een zweefvliegtuig.


9. Wat verstaat u onder:


10. Welke volgende metaal bewerkingen worden toegepast in de bouw van zweefvliegtuigen:


11. Tegenwoordig worden bij voorkeur in de besturing en constructie van zweefvliegtuigen gerolde bouten toegepast, maar in uitzondering gevallen moet men draad op de bout snijden, wat weet je van de sterkte verschillen en waar mogen deze bouten in de constructie nog worden toegepast.


12. Een clublid heeft een tweede logger aangeschaft. Deze logger wil hij als back-up boven op het instrumentenpaneel van zijn eenzitter monteren. Het clublid denkt dat hij misschien een nieuwe weging van zijn vliegtuig moet laten uitvoeren en vraagt u om advies. Het vliegtuig heeft een massa van 252 kg. Het zwaartepunt (leeg) ligt volgens het weegrapport 30 cm achter de referentielijn. De logger heeft een massa van 0,40 kg en wordt 105 cm voor de referentielijn geinstalleerd.

Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.

Terug naar examen opgaven ZVT A examen info