Datum11 maart 1991
VakVliegtuigen
Vragen10 vragen
Tijd60 minuten
BevoegdheidZweefvliegtechnicus A

1. Geef de wet van Bernouilli en noem enige voorwaarden die gesteld worden i.v.m. de geldigheid.


2. Laat zien dat bij een verkeerde manier "waterpas" stellen van het zweefvliegtuig de berekende waarde van de ligging van het zwaartepunt uit de meetresultaten belangrijk kan afwijken van de werkelijke waarde.


3. Welke behandelingsmethoden kent u voor het verwijderen van lakken?


4. Waarom past men bij de bouw m.b.v. kunststof dikwijls laminaten toe en sandwichkonstrukties?


5. Geef duidelijk aan hoe u een nicopress-verbinding aanbrengt en waar in het bijzonder op gelet dient te worden. In welke gevallen zult u de gemaakte verbinding afknippen en opnieuw beginnen?


6. Wat verstaat men onder de begrippen wisselende belasting en vermoeiing? Kunt u een bepaald verband aangeven? Zijn de in de zweefvliegtuigbouw gebruikte GVK's vermoeiingsgevoelig?


7. Schets een zwaartepuntshaak (type Tost) en verklaar de werking. Geef in de schets duidelijk aan wat volgens u de essentiele punten zijn.


8. Wat verstaat men onder aerodynamisch gebalanceerde roeren?


9. Welke houtsoorten worden in de zweefvliegtuigbouw gebruikt? Geef van elke soort enige mechanische eigenschappen en een typische toepassing.


10. Geef aan volgens welke algemene principes een zweefvliegtuig gedemonteerd wordt. Waar vindt u de gedetaileerde beschrijving van de demontage?


Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.

Terug naar examen opgaven ZVT A examen info