| Datum | 26 maart 1999 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 13 vragen |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Wat wordt verstaan onder de standaardatmosfeer en geef de waarden en eenheden
2. U moet een rolroergeleiding in een vleugel vervangen en moet hiervoor een gat in de vleugel maken. Kiest u hiervoor de bovenzijde of de onderzijde van de vleugel en waarom?
3. Waarom is de inventarislijst voor het weeg- en zwaartepuntsrapport van belang
4. Wat is het verschil tussen ijzer en staal en wat is het verschil tussen ongelegeerd en gelegeerd staal?
5. Geef twee manieren aan hoe een vliegtuigvleugel torsiestijf gemaakt kan worden.
6. Waarom zal in het montage/demontage voorschrift van een zweefvliegtuig, altijd het stabilo eerst gedemonteerd worden voordat de vleugels worden gedemonteerd?
7. Wat wordt verstaan onder elastische vervorming en geef hiervan enige voorbeelden in de zweefvliegerij
8. Wat wordt verstaan onder een bijzondere inspectie?
9. Mag een houtreparatie van een vliegtuig, verlijmd met Aerolite, uitgevoerd worden met Aerodux en waarom wel/waarom niet?
10. Wat wordt onder afschuiving verstaan en geef hiervan een voorbeeld bij een verlijmde constructie.
11. Hoe kunt u bij een schade aan een gelamineerde glasweefselconstructie nagaan hoe de constructie is opgebouwd?
12. Geef een verklaring wat er gebeurt tijdens het uitzetten van de spoilers.
13. Een aileronkabel moet op voorspanning worden gezet. De buitenluchttemperatuur is 30 graden Fahrenheit. Wat is de kabelspanning en wat is de tollerantie? (zie bijgaande grafiek)

Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info