| Datum | 1 april 1985 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 10 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus B |
1. Van een zweefvliegtuig zijn de onderstaande gegevens bekend:
| rechter vleugel | : | 78,6 | kg |
| linker vleugel | : | 79,3 | kg |
| romp | : | 129,2 | kg |
| horizontaal staartvlak | : | 11,0 | kg |
| vleugelstijlen | : | 11,0 | kg |
Het hoogst toelaatbare gewicht van de niet-dragende delen is 260 kg. Hoe groot mag het gewicht van de vlieger zijn na inbouw van een zender/ontvanger in het instrumentenbord en een accu 25 cm achter de vleugelvoorkant?
| Gewicht zender/ontvanger | : | 5,1 | kg |
| Gewicht accu | : | 4,3 | kg |
2. Wat verstaat men onder:
3. Bestaat er onderscheid tussen sterkte en stijfheid? Zo ja, beschrijf het onderscheid.
4. Welke staalsoorten worden in de zweefvliegtuigbouw toegepast? Voor welke onderdelen worden deze staalsoorten b.v. in een ASK-13 gebruikt?
5. Is de drukvastheid van grenenhout groter of kleiner dan van silver spruce?
6. Gebruikt men voor het bevestigen van "Dural" onderdelen bij voorkeur messing of stalen bouten?
7.
8. Welke type bouten gebruikt men over het algemeen voor het bevestigen van permanente verbindingen in de zweefvliegtuigbouw?
9. Welke lijmsoorten zijn toegestaan?
10. Op een werktekening treft u het symbool H7 en h7 aan. Welke betekenis heeft dit?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Motoren, Instrumenten, Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT B examen info