Datum6 april 1987
VakVliegtuigen
Vragen10 vragen
Tijd60 minuten
BevoegdheidZweefvliegtechnicus A

1. Een materiaal wordt aan een trekproef onderworpen. Waarom is het eigenlijk niet juist, dat men bij de berekening van de spanning, steeds de oorspronkelijke doorsnede in rekening brengt?


2. Waardoor is de ontkoppelkracht bij een "Tost"haak laag, zelfs bij een hoege spanning in de lierkabel?


3. Is de kunststoflijm "Resolcinol-formaldehyde" in Nederland in de vliegtuigbouw toegestaan? Verklaar uw antwoord.


4. De bekledingsstof op een staalbuis vakwerk-romp is vijf jaar oud, ziet er zo op het oog nog goed uit. Volgens u kan het zeker nog wel een jaar op de romp blijven zitten. Welke kontrole-maatregelen treft u alvorens tot een "extentie"-aanvraag over te gaan?


5. Bij toenemende hoogte neemt de luchtdruk altijd af. Is dit bij de temperatuur ook het geval. Veklaar uw antwoord.


6. De draagkracht van een vleugelprofiel hangt van een aantal factoren af. Benoem deze factoren.


7. Wat verstaat men onder "specifieke treksterkte" van een materiaal?


8. Stel dat bij een last van 200 N de lastarm 30 cm en de krachtarm 150 cm is. Bereken de daarbij behorende kracht om evenwicht te verkrijgen.


9. Wat verstaat u onder:


10. Benoem de onderscheiden onderdelen van een houten zweefvliegtuig vleugel.


Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten.

Terug naar examen opgaven ZVT A examen info