Datum9 april 1997
VakVliegtuigen
Vragen12 vragen
Tijd60 minuten
BevoegdheidZweefvliegtechnicus A

1. Welke niet-destructieve onderzoekmethoden kent u die in de zweefvliegwerkplaats toegepast kunnen worden?


2. Schets een z.g. vakwerkconstructie en geef aan welke soort belasting op kan treden in de verschillende buizen.


3. Geef op een duidelijke schets aan:


4.


5. Kunststoffen kunnen worden onderverdeeld in 3 hoofdgroepen. Noem deze hoofdgroepen en geef van elke groep een kunststof toegepast in de zweefvliegtuigbouw.


6. Geef duidelijk aan hoe het moment om de vleugellangsas overgebracht wordt naar de romp en wel voor een houten vleugel en voor een kunststofvleugel.


7.


8. Wanneer wordt een bijzondere inspectie uitgevoerd?


9. Hoe is voor de zweefvliegtuigbouw toegelaten triplex te herkennen?


10. Een zweefvliegtuig weegt 2500 N en heeft t.o.v. de referentielijn een moment van 750 Nm. De referentielijn loopt langs de voorkant van de vleugel nabij de wortel. Er wordt 96 cm. voor de referentielijn een VHF zendontvanger ingebouwd die 20 N weegt.

Hoeveel bedraagt de verschuiving van het zwaartepunt?


11. Wat wordt verstaan onder de specifieke treksterkte en geef globaal de waarde hiervan voor grenenhout en voor duralplaat.


12. Geef in een duidelijke schets aan hoe de de vergrendeling van een intrekbaar wiel zou kunnen plaats vinden.


Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.

Terug naar examen opgaven ZVT A examen info