| Datum | 29 september 1980 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 16 vragen |
| Tijd | 90 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A I |
1. Noem de punten die na een harde landing moeten worden geinspecteerd
2. Welke veiligheidsmaatregelen gaat u nemen indien u aan een zuurstofsysteem moet gaan werken?
3. Wat verstaat men respektievelijk onder:
4. Wat verstaat men onder:
5. Welk principieel verschil is er tussen de methode van Brinell, Rockwell en Vickers?
6. Tijdens een inspektie van een zweefvliegtuig moet de kwaliteit van het linnen of katoen worden bepaald.
7. Op welke theorie is de wet van Bernoulli gebaseerd?
8.
9. Welk voordeel heeft de kruisslag van een stuurkabel ten opzichte van de langsslag?
10.
11. Hoe hoog mag de druk maximaal zijn, die voor het testen van een niet-metalen brandstoftank wordt aangebracht?
12. Waar moet de brandstofkraan t.o.v.het brandschot gemonteerd zijn?
13. Geef een definitie van octaanwaarde of octaangetal.
14. Waarom mag geen brandstof van een lager octaangetal dan in de motorspecificatie is aangegeven, worden getankt?
15. Een motorsmeerolie met een hoge viscositeitsindex wordt vaak aanbevolen. Waarom?
16. Welke eigenschappen zijn van belang voor een goede kwaliteit van de smeerolie?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT B examen info