| Datum | 13 september
1982 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 10 vragen |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1.
- a. Tot welke groep behoren de Polyesterharsen?
- b. Tot welke groep behoren de Epoxyharsen?
- a. Thermoharders
- b. Thermoplasten
- c. Elastomeren
2. Wanneer vindt een exotherme reactie plaats?
3. Welke harsen zijn de belangrijkste voor de bouw van Zweefvliegtuigen?
4.
- a. Beschrijf in het kort het impregneren van katoen of linnen
(bijv. van een vleugelbekleding).
- b. Welke eisen moeten aan een bespannen vleugeloppervlak gesteld
worden?
5. Welk voordeel heeft de kruisslag van een stuurkabel ten opzichte
van de langslag?
6.
- a. Welke niet-destructieve onderzoekings-methoden kent u?
- b. Beschrijf deze methoden met hun toepassingsgebied en welke
materiaalfouten enz. er mee zijn op te sporen.
7.
- a. Hoe kan inwendige korrosie van een stalenbuis Rompkonstruktie
ontstaan?
- b. Met welke methoden is het inwendige van een stalenbuis
konstruktie op korrosie te inspecteren?
- c. Hoe is inwendige korrosie van een stalenbuis konstruktie
te voorkomen?
8. Schets een ontkoppelhaak van het "over-center principe".
9. In een werkruimte waar een kunststof Zweefvliegtuig of kunststof
onderdeel daarvan wordt gerepareerd aan het kunststof, hoe hoog
mag daar:
- a. de minimum temperatuur,
- b. de maximale vochtigheidsgraad (relatief) zijn?
10.
- a. Teken het begin van een spanning-rek diagram, waarin geen
uitgesproken vloeigrens optreedt.
- b. Teken het begin van een spanning-rek diagram, waarin wel
een uitgesproken vloeigrens optreedt.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info