| Datum | Oktober 2003 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 13 vragen |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Geef in een duidelijke tekening weer hoe bij een zweefvliegtuig het vleugelmoment op de romp wordt overgebracht.
2. Kunststoffen kunnen onderverdeeld worden in 3 hoofdgroepen, benoem ze en geef aan van elke hoofdgroep een voorbeeld van een toepassing in een zweefvliegtuig.
3. In zweefvliegtuigen worden dikwijls stuurkabels gebruikt voor de aandrijving van de stuurvlakken.
4. In de GVK bouw treffen wij vaak laminaat en sandwich constructies aan.
5. Snelkoppelingen worden in de moderne zweefvliegtuigen veelvuldig gebruikt, maar ook deze zijn onderhevig aan slijtage.
6. Welke verhouding is er tussen de veiligheid factor en de belasting factor en hoe verhouden ze zich tot elkaar?
7. Wat verstaat u onder:
8. Hoe wordt de vochtigheid in hout bepaald, geef twee verschillende methoden aan.
9. Welke lijmsoorten zijn er in de zweefvliegtuigbouw toegestaan bij:
10. Schets een ontkoppelhaak van het "over-center principe". Geef in uw schets duidelijk de werking van de ontkoppelhaak aan.
11. In Nederland wordt veelvuldig gevlogen met zweefvliegtuigen met een staalbuizen rompconstructie.
12. De aerodynamische eigenschappen ("prestaties") van een zweefvliegtuig worden veelal aangegeven in een zogenaamd polair diagram.
13. Een kunststof eenzitter (DG800S) wordt gewogen door middel van 2 weegschalen. 1 Onder het hoofdwiel en 1 onder de staartslof. De weegschaal onder het hoofdwiel geeft 244 kg aan, onder de staartslof meet u 28 kg. De weegschaal onder het hoofdwiel staat 100 mm achter de vleugelneus en de staartslof-weegschaal bevindt zich 4580 mm achter de vleugelneus. Bepaal de ligging van het zwaartepunt t.o.v. de vleugelneus in deze configuratie.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info