| Datum | Oktober 2006 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 13 vragen
Naar eigen keuze opgave 9 of 10 maken
Naar eigen keuze opgave 11 of 12 maken |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | AML A |
|
1.
- a. Teken een vleugelprofiel en geef de koorde, dikte, skeletlijn en welving
aan.
- b. Teken weer het vleugelprofiel en schets de drukverdeling bij een kleine
invalshoek (ong. 5 gr.) en een grotere (10 gr.), voor dezelfde
snelheid.
- c. Teken weer het vleugelprofiel en geef de liftvector en de
weerstandsvector aan voor de twee gevallen (5 gr. en 10 gr.
invalshoek.
2.
- a. Wat is het doel waarom het ene rolroer meer uitslaat dan het andere,
als de knuppel zijdeling wordt bewogen?
- b. Schets een uitvoeringsvorm van het mechanisme dat hiervoor zorgt en
leg uit hoe het werkt.
3. Een "Schemp-Hirth" remklep is 1,11 m. breed en steekt 91 mm. boven de
vleugel uit in vol uitgeslagen toestand. De max. toegelaten snelheid van het
zweefvliegtuig is 288 km/uur (80 m/sec). Wat is (ongeveer) de max. optredende
weerstandsbelasting op de remklep, bij een geschatte Cd=2,00, als hij bij
max. snelheid wordt geopend?
Wat is de minimaal vereiste breuklast voor deze remklep?
4. U gaat een vliegtuig wegen.
U weegt eerst de losse delen:
Romp = 120kg. Vleugel links = 57 kg. Vleugel rechts = 56 kg. Stabilo
(+ h-roer.) = 8 kg.
U zet het vliegtuig op 2 weegschalen, een onder het hoofdwiel en een onder het
staartwiel. De afstand tussen de wielassen is 4,00 m.
De as van het hoofdwiel is 1,50 m. achter de neus. Nul procent van de
gemiddelde aerodynamische koorde ligt 1,40 m achter de neus. De gemiddelde
aerodynamische koorde is 0,70 m.
De weegschaal onder het hoofdwiel geeft 228 kg aan, die onder het staartwiel
12 kg.
Waar ligt het zwaartepunt tov. de neus; op hoeveel procent van de gemiddelde
aerodynamische koorde is dit? Het zwaartepunt van de vlieger ligt op 110
centimeter achter de neus. Het minimum vliegergewicht is vlgs het vlieghandboek
70 kg. Het max. startgewicht (zonder water) is 335 kg en de stoel mag max.
110 kg. belasting hebben. Het toelaatbare zwaartepunts-bereik is 15-25% G.A.K.
Wat is het toelaatbare pilotengewicht?
Schrijf alle berekeningen op!
5.
- a. Geef met tekst en schetsen aan wat trek, druk, afschuiving, buiging en
torsie is.
- b. Als een staaf op druk wordt belast, op welke manieren kan hij dan
bezwijken onder die belasting?
- c. Kun je achteraf in al die gevallen door inspectie constateren dat de
staaf de belasting niet kon houden?
6.
- a. Wat is ongeveer het gewicht van 1 m3 staal?
- b. Wat voor soort staal wordt meestal gebruikt voor een gelaste
vakwerk-romp van een (motor)zweefvliegtuig?
- c. Wat voor staalsoort wordt meestal gebruikt voor hoogbelaste beslagen en
pennen?
7.
- a. Welke hoofdgroepen kunststoffen kent u?
- b. Een zweefvliegtuig is gebouwd van glasvezelversterkte epoxy. Tot welke
hoofdgroep behoort epoxy? Hoe warm mag het vliegtuig plaatselijk
maximaal zijn als het opstijgt? Licht uw antwoord toe.
8. Beschrijf wat een vakwerk- een schaal- en een semi-schaalconstructie is.
Wat zijn voor- en nadelen van de verschillende constructietypes?
9. Een kunststof zweefvliegtuig van uw club is na een buitenlanding met zijn
vleugel op een scherpe steen gevallen en heeft een gat van ong. 30 mm.
doorsnede in de onderhuid. Deze onderhuid is een sandwichconstructie, buiten-
en binnenhuid zijn kapot. Uw EZT vraagt u deze kleine schade te repareren.
Beschrijf wat u allemaal doet.
10. Een clublid heeft prive een Ka-6 (een kist met een houten romp) waarmee hij
een buitenlanding heeft gemaakt. De onderkant van de romp heeft een steen
geraakt en je kunt aan de buitenkant zien dat het triplex is ingedrukt en
gescheurd over ong. 50 x 60 mm. Er wordt aan u gevraagd of u de kist wilt
repareren. U hebt inmiddels uw bevoegdheid als zweefvliegtechnicus. Hoe gaat u
dit aanpakken? Beschrijf wat u allemaal doet.
11.
- a. Voor een reparatie haalt u de houtlijm Aerodux (lijm en harder) uit de
materialenkast. Hoe weet u of u deze nog kunt gebruiken?
- b. Voor de reparatie uit vraag 12) heeft u triplex nodig. In het magazijn
van de club staan platen triplex. Waar let u op bij de selectie van het
juiste triplex? Waar let u op bij de verwerking van de plaat?
- c. Welke toevoegmiddelen voor epoxy-hars kent u? Wanneer gebruikt u deze en
wat zijn zoal de voor- en nadelen?
- d. Wat is het voordeel van BID glasdoek?
- e. Wanneer gebruikt u Uniaxiaal glasdoek en waar moet u op letten?
12.
- a. Welk type stuurkabel wordt voor het richtingsroer (en eventueel hoogte-
en rolroeren) gebruikt, van welk materiaal zijn ze gemaakt en welke
behandeling heeft deze kabel ondergaan? Wat is de minimum diameter?
- b. Welke verbindingstechnieken mogen gebruikt worden om de kabel aan te
kunnen sluiten?
- c. Hoe wordt de kwaliteit van een verbinding in de kabel zeker gesteld?
- d. Wanneer keurt u een stuurkabel af?
- e. Hoe wordt een kabelspanner geborgd en speelt de richting daarvan nog een
rol?
13.
- a. Welke instelling heeft het stabilo met hoogteroer t.o.v. de langsas van
de romp en wat is het verschil met de hoofdvleugel?
- b. Hoe werken de ontkoppelhaken? Wat zijn de eisen die aan een
ontkoppelhaak worden gesteld?
- c. Waarom zitten er in de torsieneus van een vleugel in het algemeen meer
ribben dan achter de ligger?
Overige beschikbare vakken van dit examen:
Instrumenten,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info