| Datum | 9 oktober
1978 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 10 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1.
- a. Schets een polair diagram met flaps in - en flaps uit.
- b. Geef in de geschetste polaires de bijzondere punten aan.
2. Op welke theorie is de wet van Bernoulli gebaseerd?
3. Schets een spanningrekdiagram waarvan het materiaal een Al-Cu-Mg
legering is.
| Trekvastheid | = | 40
kg/mm2 |
| strekgrens | = | 32 kg/mm2 |
| rek (L = 10d) | = | 18% |
| elasticiteitsgrens | = | 28 kg/mm2 |
4. Welke controle methode gaat u toepassen om de bekleding (linnen
of katoen) van een zweefvliegtuig op conditie en betrouwbaarheid
te controleren?
5.
- a. Wanneer noemt men een roer (stuurvlak):
- dynamisch in balans?
- aerodynamisch in balans?
- statisch in balans?
- b. Beschrijf de controle methode.
6.
- a. Wat verstaat u onder:
- laminaat?
- de - lamineren?
- lamineren?
- sandwich constructie?
- b. Welke gewichtsverhouding in procenten wordt veelal toegepast
bij het verwerken van hars en glasvezel materiaal?
7.
- a. Schets het differentiaal besturingssysteem van de rolroeren.
- b. Beschrijf de voordelen van dit besturingssysteem.
8.
- a. Hoe kan het vochtgehalte in hout bepaald worden?
- b. Hoeveel procent vochtgehalte is voor spruce de gemiddelde
te eisen waarde?
- c. Welke mechanische eigenschap van hout wordt onaanvaardbaar
bij een te hoog vochtgehalte?
9.
- a. Welke niet-destructive onderzoekingsmethoden kent u?
- b. Beschrijf deze met hun toepassingsgebied, waarbij te melden
welke fouten u er mee kunt opsporen in welke materialen.
10.
- a. Teken het structuur-verloop van een gedraaide en een gerolde
boutkop en draaddeel.
- b. Zijn er sterkte verschillen? Omschrijf uw antwoord.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten,
Voorschriften
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info