| Datum | 28 oktober 1985 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 9 vragen |
| Tijd | 45 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus B |
1. Van een zweefvliegtuig ligt het zwaartepunt tijdens de vlucht op 420 mm achter de vleugelneus. Op 300 mm achter de vleugelneus wordt een accu van 2 kg ingebouwd. Vraag:
2. Wat verstaat men onder "specifieke sterkte"?
3. Heeft een materiaal met een hoge elasticiteitsmodulus een grote of een geringe stijfheid?
4. Wat verstaat men onder "spanningscorrosie"?
5. Hoe bepaalt men het vochtgehalte van hout?
6. Welke lijmsoorten zijn in de zweefvliegtuigbouw bij houtconstructies toegestaan? Welke bij kunststoffen?
7. Hoe hoog is de treksterkte van zuiver aluminium?
8. Wat verstaat men onder luchtdichtheid?
9. Wat verstaat men onder "skeletlijn"?
Overige beschikbare vakken van dit examen: Geen.
Terug naar examen opgaven ZVT B examen info