| Datum | 26 oktober 1992 |
| Vak | Vliegtuigen |
| Vragen | 10 vragen |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | Zweefvliegtechnicus A |
1. Beschrijf de opbouw van de atmosfeer en geef daarbij aan wat onder de standaardatmosfeer verstaan wordt.
2. Wat wordt verstaan onder een
en geef van alle drie een voorbeeld.
3. Heeft de ligging van het zwaartepunt van een vliegtuig invloed op de stabiliteit? Verklaar uw antwoord.
4. Schets het manoevreerdiagram van een katagorie A zweefvliegtuig en geef hierin aan de belangrijke grootheden.
5. De treksterkte van grenenhout bedraagt ongeveer 80 N/mm2. Hoe verhouden de treksterkte van Dural en van GVK zich t.o.v. grenenhout? Geef ook een globale waarde voor de specifieke treksterkte van deze drie materialen.
6. Waarom worden veelvuldig beslagen toegepast in de konstrukties van zweefvliegtuigen? Geef enkele voorbeelden hiervan.
7. Noem enkele voorbehandelingen die uitgevoerd moeten worden voordat men met het eigenlijke lakken aanvangt.
8. Waarom is bij het mengen van epoxyhartsen de juiste verhouding van de komponenten zo belangrijk?
9. Geef een voorbeeld van een inspektiecyclus opgesteld voor een zweefvliegtuig.
10. Zou bij het aanbrengen van een nicopress-verbinding de huls over de elasticiteitsgrens belast worden? Verklaar uw antwoord.
Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info