Datum

7 oktober 1998

Vak

Vliegtuigen

Vragen

12 vragen

Tijd

60 minuten

Bevoegdheid

Zweefvliegtechnicus A


1. Geef in een duidelijke tekening weer hoe bij een zweefvliegtuig het vleugelmoment op de romp wordt overgebracht.


2. Wat wordt verstaan onder unidirectioneel weefsel en wat onder bidirectioneel weefsell. Geef van ieder een toepassing.


3. Hoe wordt buigspanning opgenomen door een sandwichkonstruktie en is de hechting van kernmateriaal aan laminaat hierbij belangrijk?


4. De zwaartepuntsligging van een zweefvliegtuig bepaalt men met twee bascules. Bascule 1 is geplaatst op 12 cm achter de referentielijn en geeft een gewicht aan van 210 kg. Bascule 2 bevindt zich oop een afstand van 420 cm van bascule 1 en geeft een gewicht aan van 30 kg. Bepaal de ligging van het zwaartepunt t.o.v. de referentielijn.


5. Er zijn drie soorten statische stabiliteit.


6. Wat wordt verstaan onder plastische vervorming en geef enkele voorbeelden waarbij het materiaal plastisch vervormd is.


7. Mag een houtreparatie uitgevoerd worden met Aerodux als in het beschadigde deel door de fabrikant Aerolite is toegepast? Geef een verklaring.


8. Wordt loofhout toegepast in de zweefvliegtuigbouw? Zo ja geef een toepassing.

9. Wanneer de klepvergrendeling in de vleugels plaats vindt waar moet men dan bij een D-inspektie om denken en waarom?


10. Wat wordt verstaan onder plastische vervorming en geef enkele voorbeelden waarbij het toegepaste materiaal plastisch vervormd is.


11. Welke krachten werken er op een vleugel in de landing wanneer de remkleppen zijn uitgezet?


12. In de zweefvliegerij wordt tegenwoordig veel gebruik gemaakt van de z.g. "monocoque konstruktie" (schaalkonstructie)


Overige beschikbare vakken van dit examen: Instrumenten, Electrische installaties.

Terug naar examen opgaven ZVT A examen info