| Datum | Maart 2006 |
| Vak | Voorschriften |
| Vragen | 36 vragen |
| Tijd | 60 minuten |
| Bevoegdheid | AML A |
|
1. Wat is in de wetgeving de juiste rangorde?
- A. Eerst een VERDRAG, dan een WET, dan een AMvB
- B. Eerst een WET, dan een VERDRAG, dan een AMvB
- C. Eerst een WET, dan een AMvB, dan een VERDRAG
2. Wat is de definitie van luchtvaartuigen?
- A. Toestellen die in de dampkring worden gehouden ten gevolge van krachten,
die de lucht daarop uitoefent
- B. Vliegtuigen die zwaarder zijn dan lucht en die een
voortstuwingsinstallatie hebben
- C. Vliegtuigen zonder voortstuwingsinstallatie
3. Een erkenning als EZT kan worden geschorst
- A. als een ernstig vermoeden rijst, dat het betrokken bedrijf niet aan de
wettelijke eisen voldoet
- B. als vaststaat, dat het betrokken bedrijf niet aan de wettelijke eisen
voldoet
- C. als de houder in staat van faillissement verkeert
4. Iemand met de bevoegdheid AB2T mag onderhoud verrichten aan vliegtuigen met
een startmassa van ten hoogste 5700 kg met
- A. drukcabine of meerdere turbinemotoren
- B. drukcabine of meerdere zuigermotoren
- C. drukcabine of meerdere zuiger- of turbinemotoren
5. De European Aviation Safetey Agency (EASA) is een orgaan van
- A. de Verenigde Naties
- B. de Joint Aviation Authorities
- C. de Europese Unie
6. Degene, die een aanvraag voor EZT indient, moet voor die erkenning worden
voorgedragen door
- A. de KNVvL
- B. de zweefvliegclub waarvoor hij werkzaamheden gaat verrichten
- C. een willekeurige zweefvliegclub
7. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag voor een proefvlucht
afgeven:
- A. een speciaal-BvL en een voorlopig geluidscertificaat of voorlopige
geluidsverklaring
- B. een standaard-BvL en een voorlopig geluidscertificaat of voorlopige
geluidsverklaring
- C. alleen een standaard-BvL
8. Tot welke klasse bij de bijzondere bevoegdverklaring AB behoort een
vliegtuig met een maximaal toelaatbare totaalmassa van 5700 kg, dat voorzien
is van 1 zuigermotor en geen drukcabine heeft?
9. Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om een bijzondere bevoegdverklaring
te verlengen?
- A. Niet eerder dan 2 maanden van te voren aanvragen en minimaal 6 maanden
werkervaring
- B. Niet eerder dan 1 maand van te voren aanvragen en minimaal 6 maanden
werkervaring
- C. Niet eerder dan 14 dagen van te voren aanvragen en minimaal 24 maanden
werkervaring
10. De PH-2S4 is:
- A. een Boeing 747-200
- B. een MLA
- C. een zweefvliegtuig
11. Voor onder meer welke drie categorieen luchtvaartuigen geeft de Regeling
Luchtwaardigheidseisen met betrekking tot de luchtwaardigheid van die
luchtvaartuigen luchtwaardigheidseisen?
- A. zweefvliegtuigen, hetelucht-luchtschepen en sleepvliegtuigen
- B. luchtschepen voor tenminste 20 passagiers, landbouwluchtvaartuigen en
sleepvliegtuigen
- C. luchtschepen voor ten hoogste 20 passagiers, zakenvliegtuigen voor ten
hoogste vier personen en hetelucht-luchtschepen
12. Welke bevoegdheden heeft een onderhoudstechnicus?
- A. Zelfstandig onderhoud verrichten
- B. Toezicht houden op groot onderhoud
- C. Onder toezicht werkzaamheden verrichten
13. Wat is de definitie van het begrip klein onderhoud?
- A. onderhoud dat op eenvoudige wijze uit te voeren is, met uitzondering
van revisie
- B. onderhoud niet zijnde groot onderhoud
- C. periodieke inspecties, voorgeschreven door de fabrikant en de daaruit
voortvloeiende tussentijdse reparaties welke staan in de
onderhoudsvoorschriften van de vliegtuig-, motor- of
propellerfabrikant
14. Een weigering van de Minister van Verkeer en Waterstaat om een bewijs van
bevoegdheid AML af te geven, is in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht:
- A. een beleidsregel
- B. een besluit
- C. een algemene maatregel van bestuur
15. Een buitenlands BVI
- A. moet voldoen aan de Nederlandse wetgeving als het vliegtuig gebruik wil
maken van het Nederlands luchtruim
- B. moet voldoen aan de Nederlandse wetgeving als het vliegtuig in
Nederland wordt onderhouden
- C. moet voldoen aan de wetgeving van het land van inschrijving
16. Een luchtvaartuig voldoet wat luchtwaardigheid betreft aan de eisen van de
Wet luchtvaart, wanneer
- A. het na de start in de lucht blijft
- B. voor dat luchtvaartuig een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven
- C. voor dat luchtvaartuig een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven en
het in luchtwaardige toestand bevindt
17. Een luchtballon
- A. kan nooit een luchtvaartuig zijn
- B. kan nooit een vliegtuig zijn
- C. kan zowel een vliegtuig als een luchtvaartuig zijn
18. Hoe lang is een bewijs van bevoegdheid (BvB) als GWK geldig?
- A. Een BvB is behoudens schorsing of intrekking onbeperkt geldig
- B. Een BvB is geldig tot en met de daarin vermelde datum
- C. Een BvB is twee jaar geldig
19. Hoe lang is een erkenning als EZT geldig?
- A. Een erkenning als EZT is 24 maanden geldig
- B. Een erkenning als EZT is behoudens schorsing of intrekking onbeperkt
geldig
- C. Een erkenning als EZT is geldig tot en met de in het bewijs van
erkenning vermelde datum
20. Een EZT meldt een ernstig defect of gebrek
- A. onmiddellijk aan de Minister van Verkeer en Waterstaat
- B. zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 72 uur aan de Minister van
Verkeer en Waterstaat
- C. zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 144 uur aan de Minister van
Verkeer en Waterstaat
21. De houder van een luchtballon
- A. mag onder bepaalde voorwaarden een alternatief onderhoudsprogramma
opstellen
- B. mag geen alternatief onderhoudsprogramma opstellen
- C. is verplicht een alternatief onderhoudsprogramma op te stellen
22. Welke 3-deling is er bij de techische administratie van onderdelen van
luchtvaartuigen?
- A.
- a. reparatieartikelen
- b. ruilartikelen
- c. verbruiksartikelen
- B.
- a. schone voorraad
- b. vuile voorraad
- c. shelf-voorraad
- C.
- a. voortstuwingsinrichtingen
- b. luchtschroeven
- c. onderdelen, welke in het algemeen niet in hetzelfde luchtvaartuig
worden terug geplaatst
23. De technische eisen, waaraan een Boeing 757 in Europa moet voldoen, zijn
opgenomen in
- A. JAR-25
- B. een bijlage bij de Regeling luchtwaardigheidseisen
- C. CS-25
24. Mag een daartoe aangewezen ambtenaar tegen de wil van de eigenaar een
bedrijf binnentreden?
- A. Ja, altijd
- B. Neen, alleen met een machtiging van de officier van justitie of de
burgemeester
- C. Neen, alleen met een schriftelijke lastgeving van de kantonrechter
25. Voor een luchtvaartuig, dat van historische waarde is, maar niet voldoet
aan de krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde eisen
- A. kan geen bewijs van luchtwaardigheid worden afgegeven
- B. kan EASA een permission to fly afgeven
- C. kan de minister een bewijs van luchtwaardigheid afgeven als het
desbetreffende luchtvaartuig aan door hem gestelde eisen voldoet
26. Een erkenning als EZT is al gedurende vier maanden geschorst. De Minister
van Verkeer en Waterstaat
- A. kan de erkenning intrekken
- B. moet de erkenning intrekken
- C. moet de schorsing ongedaan maken
27. De letter "E" staat bij bevoegdverklaringen voor:
- A. Elektrische installaties
- B. Instrumenten
- C. Klimaatregeling
28. Binnen hoeveel maanden na het theorie-examen moet de bijzonder
bevoegdverklaring zijn aangevraagd?
- A. Maximaal 6 maanden
- B. Maximaal 12 maanden
- C. Maximaal 36 maanden
29. Wat moet er gegraveerd zijn op de vuurvaste plaat, die zich op een
opvallende plaats nabij de hoofdingang moet bevinden?
- A. Inschrijvingskenmerk
- B. Nationaliteits- en inschrijvingskenmerk
- C. Nationaliteits- en registratiekenmerk
30. Welke drie categorieen bewijs van luchtwaardigheid (BvL) kent het Besluit
luchtvaartuigen?
- A. Standaard-BvL, ontheffings-BvL, export-BvL
- B. Standaard-BvL, speciaal-BvL, export-BvL
- C. Vrijstellings-BvL, ontheffings-BvL, export-BvL
31. Hoe lang moeten aantekeningen met betrekking tot onderhoud worden bewaard?
- A. Tot een jaar is verstreken, nadat het luchtvaartuig in het
luchtvaartregister is doorgehaald
- B. Twee jaar
- C. Zo lang, dat de aantekeningen van voorlaatste en laatste onderhoudsbeurt
beschikbaar zijn
32. Verantwoordelijk voor het opstellen van een onderhoudsprogramma van een
luchtvaartuig is
- A. de eigenaar van dat luchtvaartuig
- B. de houder van dat luchtvaartuig
- C. het onderhoudsbedrijf, waar dat luchtvaartuig in onderhoud is
33. Hoe lang is een Bewijs van Luchtwaardigheid voor een meermotorig
verkeersvliegtuig geldig?
- A. een Bewijs van Luchtwaardigheid is 12 maanden geldig
- B. een Bewijs van Luchtwaardigheid is 24 maanden geldig
- C. een Bewijs van Luchtwaardigheid is behoudens schorsing of intrekking
onbeperkt geldig
34. Welke soorten aantekeningen moeten, met vermelding van de data, ten minste
worden gesteld omtrent de documentatie, die in de technische administratie
van luchtvaartuigen zijn opgenomen?
- A.
- a. het aantal vlieguren, sinds bouw en laatste onderhoud
- b. technische storingen, de opgelopen schade en de proefvluchten
- c. onderhoud, revisies, herstellingen en wijzigingen die het
luchtvaartuig heeft ondergaan
- B.
- a. inschrijvingskenmerk van het luchtvaartuig, waarin het onderdeel is
ingebouwd, of is ingebouwd geweest
- b. aantal bedrijfsuren, en wel zo dat blijkt hoelang het onderdeel in
bedrijf is geweest, sinds de vervaardiging en sinds het laatste
onderhoud
- c. de technische storing en de opgelopen schade
- d. onderhoud, revisies, herstellingen en wijzigingen die het onderdeel
heeft ondergaan
- C.
- a. wat er aan groot onderhoud is verricht
- b. wat er aan klein onderhoud is verricht
- c. welke revisies er zijn verricht
- d. welke bogus-parts er zijn gebruikt
35. Indien de houder van een luchtvaartuig gebreken aan zijn luchtvaartuig
ontdekt
- A. hoeft hij niets te doen
- B. moet hij die zo snel mogelijk maar in ieder geval binnen 72 uren aan de
Minister van Verkeer en Waterstaat melden
- C. moet hij die zo snel mogelijk melden aan de Inspecteur-generaal van de
Inspectie V&W
36. Een Nederlands luchtvaartuig is een luchtvaartuig dat
- A. uitsluitend binnen Nederland vliegt
- B. in het Nederlandse luchtvaartuigregister is opgenomen
- C. lijnvluchten uitvoert binnen de Europese Unie vanuit Nederland
Overige beschikbare vakken van dit examen:
Vliegtuigen,
Instrumenten,
Electrische installaties.
Terug naar examen opgaven ZVT A examen info