Referentieliteratuurlijst ten behoeve van Zweefvliegtechnici
In de tabellen van deze literatuurlijst wordt de benodigde kennis opgesomd voor de diverse bewijzen van bevoegdheid als zweefvliegtechnicus. Hierbij is telkens één of meer letters geplaatst, die verwijzen naar de literatuur in onderstaande tabel.
Indien de letter bij een (sub)kop is geplaatst, dan geldt de verwijzing voor alle onderwerpen uit die (sub)kop.
|
A |
Handboek voor Technici, red. E.B. de Boer, 1984, KNVvL, Den Haag |
|
B |
Werkstatt-Praxis für den Bau von Gleit- und Segelflugzeugen, Hans Jacobs und Herbert Lück 1955, Otto Maier Verlag, Ravensburg, Duitsland |
|
C |
Theorie van het zweefvliegen, W. Adriaansen e.a. 1984, KNVvL afd. Zweefvliegen, Arnhem |
|
D |
Standard repairs to gliders, Ray Stafford Allen 1966, BGA, Groot Brittannië |
|
E |
Leerboek voor de Zendamateur, red. T.J. Bakker 1983 2e druk 3e oplage, VERON, Arnhem ISBN 90-70756-25-0 te bestellen bij: VERON Servicebureau, Postbus 1186, 6801 BD Arnhem, (best.nr. 525, kosten ƒ 55+ ƒ 7,50 p&p) |
|
F |
Luchtvaartvoorschriften, red. RLD 1996, SDU, Den Haag |
|
G |
AC65-12A Airframe and Powerplant, Powerplant Handbook FAA |
|
H |
AC4313-1A Aircraft inspection and repair FAA |
|
I |
Publikatie Kon. Luchtmacht cat.nr. 17-1 t/m 18 Luchtmacht-electronische en technische school, oktober 1980 |
|
J |
Publikatie 1-12-1977 |
|
K |
Publikatie voor het Handboek voor Zweefvliegtechnici, Goos en Le Blans 1995 |
|
L |
Publikatie KLM, Instrumenten KLM Technische Opleidingen, juni 1971 |
|
M |
Inleiding tot kennis van smeerolieën en brandstoffen Shell afd. Technische Service en Produktontwikkeling |
|
N |
Hoffmann manuals E0107.72 en E0110.74 |
Andere, mogelijk interessante, literatuur:
|
titel |
vak |
|
Werkstattarbeit im Luftsportverein, K.H. Schneider (alfabetisch naslagwerk) |
vliegtuigen |
|
Kleine Fiberglas Flugzeug Flick Fibel, Ursula Hänle (eigen uitgave Ursula Hänle) |
vliegtuigen |
|
Elektrotechnik für Maschinenbauer, Hermann Linse (B.G. Teubner Stuttgart) |
el. installaties |
|
Hesse 2: "Bordinstrumente" (Hitzeroth Verlag Marburg) |
instrumenten |
|
Hesse 4: "Der Segelflugzeugführer" (Hitzeroth Verlag Marburg) |
vliegtuigen instrumenten |
|
Flugmotoren für Motorsegler, Limbach L2000 und weiteren Baureihen (Limbach Motorenbau, Betriebshandbuch) |
motoren |
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS ZWEEFVLIEGTECHNICUS
BEVOEGDVERKLARING A
Bijlage 75 A
EISEN INZAKE KENNIS
De aanvrager moet voldoende kennis -zoals nader omschreven in deze bijlagen- bezitten omtrent:
Voorschriften
De Nederlandse Luchtvaartvoorschriften, voor zover deze van belang zijn voor de zweefvliegtechnicus.
Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen algemeen
De theorie van het vliegen, de materialen, de constructie, gewicht- en zwaartepuntbepaling, het monteren en demonteren van het zweefvliegtuig, het verwisselen van onderdelen, de uitvoering van installaties, de uitvoering van het onderhoud, de uitvoering van eenvoudige herstellingen, het vinden en verhelpen van storingen.
Vliegtuiginstrumenten
De indeling, de constructie en werking, de uitvoering van de installaties, het verwisselen van instrumenten, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en verhelpen van storingen.
Vliegtuig elektrische installaties
De opbouw en werking, de uitvoering van installaties, het verwisselen van onderdelen, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en verhelpen van storingen.
EISEN INZAKE KENNIS VOORSCHRIFTEN
|
literatuur |
gevraagde kennis |
|
F |
1. LUCHTVAARTWET (DEEL 1000) Art. nr.: 1 (e), 4, 5, 6, 7, 71, 72 en 73 |
|
F |
2. Beschikking inzake nationaliteits- en inschrijvingskenmerken van burgerlijke luchtvaartuigen (DEEL 1006) Art. nr.: 1, 2, 3, 6 en 7. |
|
F |
3. REGELING TOEZICHT LUCHTVAART (DEEL 2000) 3.1 Begripsbepalingen Art. nr.: 1, tweede lid onder b en f. 3.2 Luchtvaartpersoneel Art. nr.: 12 tweede lid onder a, b en c, 15 eerste en derde lid, 16 onder e, 21 derde en vierde lid, 22, a, c en d + tweede en derde lid, 23 eerste lid onder l, 24, 25 eerste lid onder l, 26 eerste en derde lid, 27 eerste lid onder b, tweede t/m zevende lid, 28, 29, 30, 44 t/m 48, 51 t/m 55. 3.3 Luchtwaardigheid Art. nr.: 72 t/m 90, 92, 93, 98 en 113. 3.4 Vluchtuitvoering Art. nr.: 117 en 117A 3.5 Luchtvaartinlichtingen Art. nr.: 145 en 149 3.6 Straf- en slotbepalingen Art. nr.: 166 |
|
F |
4. Beschikkingen inzake geldigheidsduur van de examens m.b.t. d e afgifte van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen (DEEL 2022) Art. nr.: 1, eerste lid onder a, 12. |
|
F |
5. Beschikkingen inzake vaststelling van de wijze, waarop de houder van een bewijs van bevoegdheid voor de verlenging van de termijn van geldigheid van dat bewijs en van de daarin gestelde bevoegdverklaringen moet aantonen, dat hij zijn bekwaamheid behouden heeft (DEEL 2026) Tabel 8. |
|
F |
6. Beschikking inzake regelen m.b.t. vaststelling bewijs van inschrijving en bewijs van luchtwaardigheid (DEEL 2073). |
|
F |
7. Beschikkingen inzake regelen m.b.t. de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen (DEEL 2074) Art. nr.: 1 en 2, eerste lid c. |
|
F |
8. Beschikking inzake de voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid in te dienen noodzakelijke gegevens (DEEL 2074.a) Art. nr.: 1, eerste lid |
|
F |
9. Beschikkingen inzake regelingen voor het voeren van een technische administratie en bepaling van de te administreren onderdelen (DEEL 2077 en 2077.a) |
|
F |
10. Beschikking inzake aanwijzing m.b.t. onderhoud en revisie van vliegtuigen, onderdelen en uitrustingsstukken (DEEL 2088) |
|
F |
11. Beschikkingen inzake gevallen, waarin onderhoud, revisie en herstelling van luchtvaartuigen niet door of onder toezicht van grondwerktuigkundigen, zweefvliegtechnici, erkende bedrijven of erkende inspecteurs behoeft te geschieden (DEEL 2088.a) |
|
F |
12. Beschikkingen inzake aanwijzingen t.a.v. de verplichten van de eigenaar of houder m.b.t. onderhoud, revisie en herstellingen van luchtvaartuigen (DEEL 2088.c) |
|
F |
13. LUCHTVAARTRAMPENWET (DEEL 10.000) Elementaire kennis van de artikelen 1, 2 vijfde lid, 3, 4 eerste en derde lid, 5 en 6 |
|
F |
14. VERDRAG INZAKE DE INTERNATIONALE BURGERLIJKE LUCHTVAART (DEEL 50.000) Elementaire kennis van het doel en de organisatie van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart (Verdrag van Chicago) |
VLIEGTUIGEN
|
Literatuur |
gevraagde kennis |
|
C
|
1. Algemeen
1.1 De atmosfeer opbouw van de atmosfeer; samenstelling van de lucht; soortelijk gewicht; luchtdichtheid; absolute temperatuur; luchtdruk.
1.2 Standaard atmosfeer begrip en doel
|
|
C
C C C C C C C
C C C C C
C |
2. Theorie van het vliegen
2.1 Draagvlaktheorie profielkenmerken, dikte, koorde, welving, skeletlijn, symmetrisch en asymmetrisch profiel; stroming om het profiel, invalshoek, luchtsnelheid, luchtdruk, stuwpunt; vleugelvorm, spanwijdte, slankheid, profielverdraaiingen en -variatie; luchtkrachten en momenten, hun componenten en coëfficiënten, drukpunt; vorm-, wrijvings-, profiel-, geïnduceerde-, schadelijke- en interferentieweerstand, oorzaken en invloeden; verband tussen invalshoek, liftcoëfficient en weerstandscoëfficient; draagkrachtformule, weerstandsformule; overtrekken;
2.2 Toepassingen assenstelsel, zwaartepunt; instelhoek van de vleugel, V-stelling, pijlstelling; statische stabiliteit om de langs-, dwars- en topas; factoren die de stabiliteit beïnvloeden; functie van de vaste staartvlakken; besturing om de drie assen, hoogteroer, richtingsroer en rolroer; stationaire, horizontale, rechtlijnige vlucht, evenwicht van massa (gewicht) en luchtkrachten (en trekkracht bij motorzweefvliegtuigen); aërodynamische balans van roeren; haken van rolroeren, differentiaalrolroeren, Frise rolroeren; statische en dynamische balans van roeren, flutter; triminrichting; remkleppen, duikremkleppen en verstoorders; stijg- en daalvlucht, evenwicht van krachten, beschikbare en benodigde trekkracht (motorzweefvliegtuigen); lierstart, sleepstart en -vlucht, optredende krachten. |
|
D DH
H D D D
|
3. Gewicht- en zwaartepuntbepaling
3.1 Het wegen weegapparatuur; weegprocedure, waterpas stellen, weegomstandigheden; ijkgegevens.
3.2 Opstellen van het weeg- en zwaartepuntrapport toepassing van de momentenstelling voor het bepalen van de zwaartepuntsligging en voor het berekenen van correcties na het uitvoeren van wijzigingen aan het vliegtuig; gewichts- en zwaartepuntsgrenzen, aanbrengen van ballast; inventarislijst.
|
|
C C C C
C |
4. Sterkteleer
4.1 Begrippen krachten en spanningen, trek, druk, buiging, afschuiving, torsie en knik; (specifieke) sterkte en stijfheid; elastische vervorming; elasticiteitsmodulus; spanning rekdiagram; wisselende belasting en vermoeiing.
4.2 Definities mogelijke belasting; belastingsfactor; veiligheidsfactor; waarden van deze factoren voor de verschillende categorieën (motor)zweefvliegtuigen. |
|
A
H
AB B
A B
H
A A A
A A A
B
A BD
ABD AB
BDH
H
A
H H |
5. Materialen
5.1 Staal soorten van in de zweefvliegtuigbouw toegepaste ongelegeerd en gelegeerd staal; toevoegingen en de invloed daarvan op de eigenschappen van de legeringen; doel van warmtebehandelingen, zoals harden, cementeren en nitreren; toepassing in buizenconstructies, beslagen, boutverbindingen en kabels; corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van en bescherming tegen corrosie.
5.2 Hout structuur van de boomstam, hart of merg, kernhout, spinthout, jaarringen, schors en bast, betekenis van de zaagrichting; naald- en loofhout; voorkomende fouten, onregelmatige vezelstructuur, knoesten, krimp- en windscheuren, harsgangen, verkleuring door schimmels en zwammen; hulpmiddelen voor keuring en selectie van hout; houtsoorten, toegepast voor dragende en niet-dragende constructies: spruce, grenen, essen, balsa; mechanische eigenschappen, drukvastheid, taaiheid, bepaling van deze eigenschappen; bepaling van het vochtgehalte; eigenschappen van triplex en multiplex; toepassing van gereedschap voor houtbewerking.
5.3 Lichtmetaal aluminium, magnesium en de legeringen daarvan; doel van veredelen, koudvervormen en warmtebehandelen; corrosie, soorten en verschijningsvormen, bestrijding van en bescherming tegen corrosie.
5.4 Kunststoffen hoofdgroepen, thermoplasten, thermoharders en elastomeren; samenstelling en eigenschappen, alsmede de toepassing van hardweefsel, kunstglas, glasfiber, epoxyharsen, polyesters, schuim en rubber in dragende en niet dragende constructies; herkennen van kunststoffen; vervaardiging van onderdelen uit gewapende kunststof, de keuze van de glasvezelwapening in verband met de optredende belasting; eigenschappen van samengestelde delen, zoals gelamineerde en sandwich-constructies.
5.5 Textiel eigenschappen van bespanningsstoffen als linnen, katoen en synthetische stoffen; methoden ter beoordeling van de kwaliteit.
5.6 Lakken eigenschappen van lak op nitro-cellulose basis alsmede van synthetische- en olie-lakken; verwerking van lakken, impregneren van bespanningsstoffen; herkennen van lakken in onverwerkte en verwerkte toestand; voorbehandelingen; grondlakken; behandelingen t.b.v. verfverwijderen. 5.7 Lijm kunstharslijm, soorten, samenstelling, eigenschappen, gebruiksaanwijzing i.v.m. hardingstijden en bereiken van maximale sterkte; caseïnelijm, samenstelling en eigenschappen; herkennen van lijmsoorten in onverwerkte en verwerkte toestand; reparatie van gelijmde constructie-elementen en de beperking in de combinatie van verschillende lijmsoorten; constateren van fouten in een lijmverbinding.
5.8 Materiaalverbindingen permanente verbindingen zoals klinken, lassen, solderen en lijmen; las- en soldeermethoden; niet-permanente verbindingen zoals bout en moer, schroef, tapeind, klem, scharnier en bajonet; typen en soorten van bouten en moeren; momentsleutel, betekenis van het begrip voorspanning, gebruik van de momentsleutel; passingen en oppervlaktegesteldheid, aanduidingen.
5.9 Materiaalonderzoek destructief onderzoek, doel, methoden: sterkte-, kerfslag-, kruip-, vermoeiingsproef; niet-destructief onderzoek, doel, methoden: visueel, penetratie-, magnetisch onderzoek, hardheidsbepalingen.
5.10 Keuring van materialen, halffabrikaten en onderdelen kwalitatieve beoordeling op oppervlaktetoestand, vorm en afwerking van toegeleverde materialen en onderdelen; betekenis van de afleveringscertificaten van bedrijven met een door de Rijksluchtvaartdienst hiertoe erkende inspectie-organisatie. |
|
C C
C
C C
C |
6. Constructie
6.1 Benaming primaire en secundaire constructie; benaming van alle onderdelen en constructie-elementen van de primaire constructie; benaming van de stuur- en hulpvlakken.
6.2 Bouwwijze vakwerk-, ligger- en schaalconstructies, materiaalkeuze en verwerking; dragende en niet-dragende constructiedelen; toepassing in romp, vleugel en staartvlakken; benaming van de onderdelen; onderlinge verbinding van grotere delen d.m.v. beslagen; samenstelling en bevestiging van stuurvlakken, vleugelkleppen en verstoorders; samenstelling en bevestiging onderstel; krachtdoorleiding in all samengestelde en enkelvoudige onderdelen; stuurinrichting.
6.3 Tekeningen lezen van werktekeningen; begrip van de daarbij gebruikte symbolen en afkortingen.
6.4 Afwijkingen constateren en beoordelen van schade na ongeval, het maken van een duidelijk verslag met schetsen; adviseren omtrent de wijze waarop herstellingen moeten worden uitgevoerd; constateren van fouten en maatafwijkingen van onderdelen en samengestelde delen, zowel in gemonteerde als gedemonteerde toestand; aangeven van de wijze waarop afwijkingen moeten worden gecorrigeerd.
|
|
C |
7. Montage en demontage
7.1 Werkwijze montage en demontage van alle in Nederland ingeschreven typen zweefvliegtuigen; afstelling van de stuurvlakken met de daarbij behorende aansluitingen en bedieningen van deze zweefvliegtuigen, meten van kabelspanningen, met inachtneming van de juiste volgorde; werking van het differentiaal in de genoemde zweefvliegtuigen. |
|
8. Veiligheid
8.1 Gevaarlijke stoffen inzicht in de aard van het gevaar (brand, explosie, vergiftiging e.d.) van alle toegepaste stoffen zoals lak, lijm, zuurstof, al dan niet in combinatie met andere stoffen.
8.2 Maatregelen inzicht in de maatregelen om genoemde gevaren te vermijden. |
|
|
C |
9. Inspecties
9.1 Periodieke inspecties inspectiecyclus; tijdstip van uitvoering en geldigheidsduur van de verschillende onderhoudsbeurten.
9.2 Bijzondere inspecties na een harde, een traverserende of een tiplanding; aard van schade of vervorming bij staalbuisromp, hout- en kunststofconstructies, secundaire kenmerken, die op dieper liggende schade of vervorming duiden. |
INSTRUMENTEN
|
literatuur |
gevraagde kennis |
|
A
C
C
C C
C C C C H
C
H
H H H |
1. Algemeen
1.1 Indeling Vliegtuiginstrumenten hoogtemeter; snelheidsmeter; verticale snelheidsmeter; kompas; kunstmatige horizon; bochtaanwijzer.
1.2 Eisen te stellen aan vliegtuiginstrumenten algemeen: a. nauwkeurigheid; b. gewicht; c. afmetingen; d. afleesbaarheid; e. verlichting; f. parallax. toleranties: a. begrip tolerantie; b. klasse indeling; c. tolerantiegrafieken;. d. oorzaken miswijzing; e. ijken van instrumenten.
1.3 Meten van drukken algemene begrippen: a. absolute druk; b. relatieve druk. drukmeetelementen: a. membranen; b. membraandozen; c. bourdonbuizen; d. balgen. e. toepassing in vliegtuiginstrumenten.
1.4 Pitot- en statische systemen in vliegtuigen doel van het pitot-statische systeem; begrippen: a. stuwdruk; b. statische druk; c. totale druk. d. relatie tussen vliegsnelheid en stuwdruk; statische openingen: a. plaats; b. vorm; c. afwerking omgeving; d. voorkomen foutieve drukmeting (gieren). pitot openingen: a. plaats; b. vorm; c. functie en plaats draingat; d. voorkomen bevriezing. pitot-statisch leidingensysteem: a. leidingloop i.v.m. indringen van water; b. luchtdichtheid van het leidingstelsel; c. normen luchtdichtheid; d. uitvoeren lektest; e. wanneer moet lektest worden uitgevoerd |
|
AC |
2. Hoogtemeter
2.1 Meetprincipe drukhoogte; standaardatmosfeer met inachtneming van: a. luchtdruk op zeeniveau; b. temperatuur; c. breedtegraad; d. temperatuurgradiënt; e. luchtdrukverloop. begrippen: a. Q.F.E.; b. Q.N.H.; c. Q.N.E..
2.2 Opbouw en werking membranen; overbrenging membraanbeweging op wijzers; noodzaak drukschaal; temperatuurcorrectie; wrijvingsfout; balansfout; hysteresis; controle drukschaal; presentatie. |
|
AC |
3. Snelheidsmeter
3.1 Meetprincipe
3.2 Opbouw en werking membranen; overbrenging membraanbeweging op wijzers; druk in membraan; druk om membraan; invloed hoogte op aanwijzing; presentatie; schaalverdeling. |
|
AC |
4. Stijgsnelheidsmeter (variometer)
4.1 Meetprincipe
4.2 Opbouw en werking stuwschijftype; membraantype; begrip T.A. compensatie; gebruik; doel en plaats van thermosfles; venturibuis; compensatiedoos in stroomschema.
4.3 Optredende fouten instrumentfouten; fouten t.g.v. temperatuurvariaties; poortlocaties en flesvolumevariaties.
4.4 Bijzondere uitvoeringen algemene kennis van variometersystemen welke langs elektrische/elektronische weg tot een compenseerde aanwijzing komen, eventueel aangevuld met audio-informatie. |
|
AC A A AC AC
A A AC AC AC A AC AC AC AC A
|
5. Kompas
5.1 Meetprincipe aardmagnetisch veld; afwijkingen aardmagnetisch veld: a. declinatie; b. inclinatie. stand kompasnaalden in aardmagnetisch veld; richtend moment kompasnaalden.
5.2 Opbouw en werking naaldondersteuning t.o.v. zwaartepunt; dempingsvloeistof; kompasroos; zeilstreep; uitzettingsmembraan; oorzaak versnellingsfout; oorzaak draaiingsfout; bronnen van storende vliegtuigmagnetische velden; begrip deviatie; doel van compenseren; compensatiemiddelen; begrippen A, B en C fouten. |
|
A
C C
C C C C C |
6. Gyroscopische instrumenten
6.1 Eigenschappen van de gyroscoop standvastigheid; precessie; invloed van toerental en traagheidsmoment van de gyro op voornoemde eigenschappen; vrijheidsgraden van beweging; invloed mechanische onvolkomenheden op standvastigheid van de gyro; toepassing verticale gyro; toepassing horizontale gyro; noodzaak richtmiddelen; toepassing oprichtmechanisme; invloed van versnellingen. |
|
A |
7. Bochtaanwijzer
7.1 Meetprincipe en werking hoeksnelheid; precessie; invloed toerental van de tol op de aanwijzing; invloed vliegsnelheid op de aanwijzing.
7.2 Opbouw richting tolas; graden van bewegingsvrijheid; noodzaak omkeermechanisme; demping; functie ijkveer; presentatie; voeding van het instrument. |
VLIEGTUIG ELECTRISCHE INSTALLATIES
|
literatuur |
gevraagde kennis |
|
A |
1. Gelijkstroomtechniek stroomsterkte, spanning, weerstand en vermogen; wet van Ohm, 1e en 2e wet van Kirchhoff, Brug van Wheatstone; de magnetische werking van de stroom: elektromagneet; lood- en nikkelcadmium accumulatoren: a. constructie, werking en opbouw; b. capaciteit en capaciteit afhankelijkheid t.a.v. de stroom; c. verloop soortelijk gewicht bij laden en ontladen; d. spanning per cel tijdens laden, in bedrijf of in ontladen toestand; e. inwendige weerstand; f. voor- en nadelen nikkelcadmium- t.a.v. loodaccumulatoren; |
|
A
A AH A A H
AH |
2. Materialen
2.1 Weerstanden eenheid van weerstand; temperatuur afhankelijkheid; vermogen; parallel- en serieschakeling.
2.2 Kabels doel en opbouw van: a. normale kabel; b. afgeschermde kabel;; c. coaxiale kabel. isolatiematerialen.
2.3 Verbindingsmiddelen mogelijkheid trekontlasting; vergrendeling en borging; kabelschoenen; kabel-verbinders; pluggen; schakelaars. |
|
AH |
3. Werkwijzen
3.1 Kabels draadstrippen; solderen van bedrading.
3.2 Kabelschoenen aanbrengen van kabelschoenen; verbuigen van kabelschoenen; aansluiten van kabelschoenen.
3.3 Kabelverbinders aanbrengen van kabelverbinders op draad zonder afscherming; aanbrengen van kabelverbinders op draad met afscherming; aanbrengen van meerdere kabelverbinders in draadbundels; meervoudige lasverbindingen.
3.4 Bevestigen en opbinden van elektrische bedrading buigstralen; speling in draadlengten; afdruipbochten; gebruik van draadbeugels; gebruik van bindmiddelen. |
|
AH |
4. Installatie
4.1 Beveiliging van elektrische leidingen doel beveiliging; kabel doorsnede i.v.m.: a. stroomsterkte; b. omgevingstemperatuur; c. spanningsverlies; d. mechanische sterkte. thermische beveiliging: a. maximaal schakelaars (circuit breakers) principe en werking; b. smeltveiligheden (fuses), principe en werking; selectiviteit.
4.2 Doel en uitvoering van: aarding; bonding; afscherming. |
|
A |
5. Gereedschappen, meetinstrumenten
5.1 Stripgereedschap principe en gebruik.
5.2 Kabelschoentang principe en gebruik.
5.3 Universeelmeter principe en gebruik. |
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS ZWEEFVLIEGTECHNICUS
BEVOEGDVERKLARING B
Bijlage 76 A
EISEN INZAKE KENNIS
De aanvrager moet voldoende kennis bezitten omtrent:
Voorschriften
De Nederlandse Luchtvaartvoorschriften, voor zover deze van belang zijn voor de zweefvliegtechnicus.
Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen algemeen
De theorie van het vliegen, de materialen, de constructie, gewicht- en zwaartepuntbepaling, de uitvoering van het onderhoud.
Motoren
De constructie, de materialen, de brandstoffen, de smeerolieën, de werking, de bediening, het verwisselen van de motor, het verwisselen van onderdelen, de uitvoering van de installaties, het vinden en verhelpen van storingen, het afstellen.
Motorinstrumenten
De indeling, de constructie en werking, de uitvoering van de installaties, het verwisselen van instrumenten, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en verhelpen van storingen.
Elektrische installaties
De opbouw en werking, de uitvoering van installaties, het verwisselen van onderdelen, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en verhelpen van storingen.
EISEN INZAKE KENNIS MOTOREN
|
literatuur |
Gevraagde kennis |
|
GHIJ |
1. Arbeidsproces de begrippen arbeid en vermogen; het werkingsprincipe van viertakt en tweetakt motoren; het indicateurdiagram (P.V. diagram) en het kleppendiagram (openings en sluitingstijden van de kleppen); de invloed van de atmosfeer (temperatuur, druk en vochtigheid), het ontstekingstijdstip een de benzine-luchtmengverhouding op het motorvermogen; de redenen waarom van variabele voorontsteking en verschillende benzine-luchtmengverhoudingen gebruik gemaakt wordt; het begrip detonatie (pingelen, kloppen), de omstandigheden waaronder dit kan optreden en de gevolgen hiervan; het begrip voortijdige ontsteking (pre-ignition). |
|
GHIJ |
2. Opbouw de samenstelling en uitvoeringsvorm van de meest voorkomende motortypen voor motorzweefvliegtuigen; de constructieve bijzonderheden van de onderdelen: a. carter; b. zuiger; c. zuigerveren; d. cilinders; e. kleppen; f. klepbedieningsmechanisme; g. drijfstangen; h. krukassen; i. tandwieloverbrengingen. de smering en koeling van bovengenoemde onderdelen en lageringen; de belangrijkste eigenschappen van materialen die gebruikt worden bij de constructie van de motor. |
|
GHIJ |
3. Carburatie de samenstelling en het werkingsprincipe van de meest voorkomende vlottercarburateurs; de wijze waarop de juiste mengverhouding gehandhaafd wordt bij verschillende toerentallen, de hoogtemengselregeling, het acceleratiesysteem; de afstelling van het mengsel, gasklep en bedieningsorganen; de werking van de benzinepomp. |
|
GHIJ |
4. Ontsteking de procedure voor het afstellen van een hoogspanningsmagneetontsteking op de motor en de hierbij te gebruiken hulpmiddelen; het herkennen en de betekenis van de aanslag c.q. vervuiling en slijtage op de bougie elektroden. |
|
GHIJ |
5. Motorinstallaties de wijze van bevestiging van de motor aan de motorbok en aan het vliegtuig; de wijze van aansluiting van uitlaten, flexibele en starre leidingen op de motor; carburateurvoorverwarmingssysteem werking en bediening. |
|
GHIJN |
6. Luchtschroeven de samenstelling en werking van de luchtschroef met vaste spoed; de invloed van de instelhoek en de invalshoek op de trekkracht; de redenen welke geleid hebben tot de invoering van luchtschroeven met variabele spoed; de wijze van bevestiging en centrering van houten en metalen luchtschroeven op de motoras. |
|
KM |
7. Brandstof en smeerolie de belangrijkste eigenschappen welke de kwaliteit van benzine bepalen; de definitie van "octaangetal" de invloed van de volgende toevoegingen in de brandstof: a. tetra-ethyl lood (TEL); b. inhibitors. de belangrijkste eigenschappen welke de kwaliteit van smeerolie bepalen.
|
|
HL |
8. Brandstofinstallatie 8.1 Brandstoftank inbouw; voorzieningen voor vullen, aftappen en ventileren.
8.2 Installatie pompen, filters, leidingen.
8.3 Bedrijfsklaar maken brandstof vullen en controleren |
|
G |
9. Kajuitverwarmingsinstallatie
9.1 Opbouw onderdelen, locatie
9.2 Werking warmtebron; regeling van temperatuur en ventilatie |
EISEN INZAKE KENNIS MOTORINSTRUMENTEN
|
literatuur |
Gevraagde kennis |
|
GL |
1.1 Indeling motorinstrumenten toerenteller; cylinderkoptemperatuurmeter; olietemperatuurmeter; oliedrukmeter; brandstofmeter. |
|
GL |
2.1 Meetprincipe draaistroom toerenteller wisselstroom toerenteller
2.2 Opbouw en werking draaistroom toerenteller: a. constructie generator; b. output generator; c. constructie aanwijzer; d. aanloopvoorzieningen aanwijzer; e. wervelstroomkoppeling; f. functie torsieveer; g. presentatie; h. invloed bedrading. wisselstroomtoerenteller: a. constructie generator; b. output generator; c. soort aanwijsinstrument; d. noodzaak gelijkrichter; e. soort gelijkrichter; f. nadelen wisselstroom toerenteller; g. invloed bedrading; h. presentatie |
|
GL |
3. Temperatuurmeting
3.1 Meetprincipe bimetaalthermometer; weerstandsthermometer; thermo-elektrische temperatuurmeter (pyrometer).
3.2 Opbouw en werking Bimetaalthermometer: a. constructie bimetaal; b. vormen bimetaal; c. materialen; d. nauwkeurigheid; e. presentatie; f. toepassing. weerstandsthermometer: a. constructie meetelement; b. opbouw meetschakeling; c. soort aanwijsinstrument; d. invloed spanningsvariaties op aanwijzing; e. middelen om deze invloed te verminderen c.q. te elimineren; f. werking draaispoelverhoudingsmeter; g. toepassing.
thermo-elektrische temperatuurmeter: a. opbouw meetelement; b. materialen meetelement; c. meetschakeling; d. begrippen: warme las, koude las; e. temperatuurconstante; f. soort aanwijsinstrument; g. invloed bedrading op aanwijzing; h. temperatuurcompensatie; i. presentatie; j. transport. |
|
GL |
4. Brandstofaanwijzer
4.1 Meetprincipe vlottertype; capacitieve standmeting; peilglas.
4.2 Opbouw en werking vlottertypen: a. constructie vlottertankunit; b. opbouw meetschakeling; c. soort aanwijsinstrument (verhoudingstype - 3 spoelstype); d. invloed bedrading op aanwijzing; e. invloed spanningsvariaties op aanwijzing; f. invloed temperatuur op aanwijzing; g. presentatie. capacitieve standmeting: a. constructie meetelement; b. aantal meetelementen; c. opbouw meetschakeling; d. werking meetschakeling; e. functie referentiecondensator; f. functie follow-up potentiometer; g. functie "empty" en "full" potentiometer; h. richtingsgevoeligheid; i. servo-amplifier; j. soort servomotor; k. soort indicator; l. afstelprocedure; m. presentatie. peilglas: a. constructie peilglas; b. afleesmogelijkheid. |
|
GL |
5. Oliedrukken
5.1 Meetprincipe
5.2 Opbouw en werking constructie drukmeetelement; overbrenging naar wijzer; presentatie; nauwkeurigheid. |
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS ZWEEFVLIEGTECHNICUS
BEVOEGDVERKLARING C
Bijlage 77 A
EISEN INZAKE KENNIS
De aanvrager moet voldoende kennis bezitten omtrent:
Voorschriften
De Nederlandse Luchtvaartvoorschriften, voor zover deze van belang zijn voor de zweefvliegtechnicus.
Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen algemeen
De theorie van het vliegen, de materialen, de constructie, gewicht- en zwaartepuntbepaling, de uitvoering van het onderhoud.
Elektrische en elektronische installaties in zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen
De opbouw en werking, de uitvoering van installaties, het verwisselen en testen van apparaten, de uitvoering van het onderhoud, het vinden en verhelpen van storingen.
ELECTRISCHE EN ELECTRONISCHE INSTALLATIES
|
literatuur |
gevraagde kennis |
|
E |
1. Gelijkstroomtechniek stroomsterkte, spanning, weerstand en vermogen; wet van Ohm, 1e en 2e wet van Kirchhoff, Brug van Wheatstone; de magnetische werking van de stroom: elektromagneet; lood- en nikkelcadmium accumulatoren: a. constructie, werking en opbouw; b. capaciteit en capaciteit afhankelijkheid t.a.v. de stroom; c. verloop soortelijk gewicht bij laden en ontladen; d. spanning per cel tijdens laden, in bedrijf of in ontladen toestand; e. inwendige weerstand; f. voor- en nadelen nikkelcadmium- t.a.v. loodaccumulatoren; |
|
E |
2. Componenten/Materialen
2.1 Weerstanden eenheid van weerstand; temperatuur afhankelijkheid; vermogen; parallel- en serieschakeling; instelbare en variabele weerstand; temperatuur gevoelige weerstand (NTC).
2.2 Spoelen eenheid van zelfinductie; wisselstroom weerstand; opgeslagen energie in spoel; parallel-, serie schakeling; stroom-, spanningverloop.
2.3 Condensatoren eenheid van capaciteit; wisselstroom weerstand; opgeslagen energie in condensator; parallel-, serie schakeling; stroom-, spanningverloop.
2.4 Resonantiekringen parallel/serie kring; resonantie frequentie; impedantie; kwaliteits factor; selectiviteits factor; bandbreedte.
2.5 Filters hoog/laag doorlaatfilters: a. werking; b. uitvoering. bandfilters: a. koppel factor; b. soorten koppeling; c. beïnvloeding bandbreedte door: koppeling, kwaliteitsfactor, verstemming.
2.6 Dioden lagen dioden: a. opbouw en werking b. drempelspanning silicium-germanium dioden; c. capaciteit en sperrichting. zener dioden: a. stroom-spanning karakteristiek; b. temperatuur afhankelijkheid. |
|
H
H |
2.7 Transistoren opbouw (NPN en PNP) en werking; relatie basis-, collector-emitter-stroom; fundamentele schakelingen: gemeenschappelijke basis schakeling (G.B.S.); gemeenschappelijke emitter schakeling (G.E.S.); gemeenschappelijke collector schakeling (G.C.S.).
2.8 Kabels opbouw, eigenschappen en gebruik van: a. normale kabel; b. afgeschermde kabel;; c. coaxiale kabel: karakteristieke impedantie, stroom- en spanningsverloop langs de kabel (staande golfverhouding).
2.9 Verbindingsmiddelen mogelijkheid trekontlasting; vergrendeling en borging; kabelschoenen; kabel-verbinders; pluggen; schakelaars. |
|
E
H
H
H |
3. Werkwijzen
3.1 Kabels draadstrippen; solderen van bedrading.
3.2 Kabelschoenen aanbrengen van kabelschoenen; verbuigen van kabelschoenen; aansluiten van kabelschoenen.
3.3 Kabelverbinders aanbrengen van kabelverbinders op draad zonder afscherming; aanbrengen van kabelverbinders op draad met afscherming; aanbrengen van meerdere kabelverbinders in draadbundels; meervoudige lasverbindingen.
3.4 Bevestigen en opbinden van elektrische bedrading buigstralen; speling in draadlengten; afdruipbochten; gebruik van draadbeugels; gebruik van bindmiddelen. |
|
E
H |
4. Installatie
4.1 Beveiliging van elektrische leidingen doel beveiliging; kabel doorsnede i.v.m.: a. stroomsterkte; b. omgevingstemperatuur; c. spanningsverlies; d. mechanische sterkte. thermische beveiliging: a. maximaal schakelaars (circuit breakers) principe en werking; b. smeltveiligheden (fuses), principe en werking; selectiviteit.
4.2 Doel en uitvoering van: aarding; bonding; afscherming. |
|
E |
5. Radiotechniek
5.1 Elektromagnetische golven voortplantingssnelheid; polarisatie; golflengte en frequentie.
5.2 Basisschakelingen (principiële werking) gestabiliseerde voeding oscillatoren; frequentie synthesizer; frequentie vermenigvuldiger; mengschakelingen; AM-modulatoren; AM-detectoren; versterkers; squelch schakelingen: a. carrier squelch; b. signal/noise squelch. |
|
E |
6. Gereedschappen, meetinstrumenten principe en gebruik van: a. stripgereedschap b. kabelschoentang c. universeelmeter |
Terug naar examen info